Saturday, 31 January 2009

Courage for every day living


"There is true courage in the acts of every day living."

- Rick Beneteau

"Be strong and let your heart take courage, All you who hope in the LORD."
Psalm 31:24

I trust in You at all times. I pour out my heart before You.
Jehovah you are my refuge and my fortress; My God, in whom I trust.

Dutch version / Nederlands> Moed voor het dagelijkse leven

Moed voor het dagelijkse leven

"Er is ware moed in de uitvoering van het dagelijks leven"
- Rick Beneteau

"Wees sterk en laat je hart moed opnemen, allen die hopen in de Heer."
Psalm 31:24

Ik vertrouw in U altijd. Ik strooi mijn hart uit voor u
Jehovah Jij bent mijn toevlucht en mijn versterkte burcht
Mijn God op wie ik al mijn vertrouwen richt.


English version > Courage for every day living

Friday, 30 January 2009

De hoop op leven

PAULUS is voor de tweede keer gevangen in Rome en verwacht zijn terechtstelling voor Nero. Hij schrijft niet meer, als in zijn brief jaren tevoren tot de Thessalonicenzen, over: "wij, le­venden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ont­slapenen voorgaan". Enkele jaren eer­der had Hij ook voor de keizerlijke rechtbank te Rome gestaan, na een lange reis uit Caesarea. Toen hadden de joden te jeruzalem hem aangeklaagd en de apostel had een beroep gedaan op zijn Romeinse burgerschap. In de brieven die hij toen schreef zag hij uit naar zijn vrijlating.
Maar nu niet meer.
Hij weet nu dat hij voor zijn geloof moet sterven: "Reeds word ik als plengoffer geofferd en het tijdstip van mijn verscheiden staat voor de deur" (2 Timotheus 4:6). En niet alleen hij: in de vervolging van de christenen die overal in het Romeinse rijk is opgelaaid zullen velen hun getuigenis voor Christus met een martelaarsdood moeten beze­gelen. En daarom wil hij er de nadruk op leggen, dat het evangelie, waarvoor hij een gevangene is en straks moet sterven, de verkondiging is van Gods genade, "die nu geopenbaard is door de verschijningvan onze Heiland, Christus Jezus, die de dood van zijn kracht heeft beroofd en onvergankelijk leven aan het licht heeft gebracht" (1: 10).

Daarom doet hij beroep op Timo­theüs om zonder vrees of schaamte bereid te zijn "voor het evangelie te lijden in de kracht van God" (1 :8). "lijd met de anderen als een goede soldaat van Christus Jezus" (2:3), vermaant hij, en dan in vers 8 herhaalt hij de aanmoediging om te volharden: "Gedenk dat Christus Jezus uit de doden is opgewekt, uit het geslacht van David, naar mijn evangelie, waarvoor ik kwaad lijd" (2 :8). Hij citeert het "woord" waarmede de vervolgde christenen - blijkbaar elkander aanmoedigden om trouw te blijven: "Het woord is betrouwbaar: immers, indien wij met Hem gestorven zijn, zuillen wij ook met Hem leven; indien wij volharden zullen wij ook met Hem als koningen heersen; indien wij Hem zullen verloochenen, zal ook Hij ons verloochenen" (2: 11-12).

Verkeerde leer in de gemeente

 Het gevaar dreigt echter niet alleen van buiten. jaren daarvoor had Paulus, in zijn rede tot de oudsten van Efeze ge­waarschuwd voor het binnendringen van verkeerde leer in de gemeenten:
"Uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken" (Hand. 20:30). Nu ziet hij de vervulling van zijn profetie. Nog meer dan wat hij en zijn medegelovigen te verwachten hebben, is Paulus bezorgd over de valse leer die de gemeente al binnensluipt, de "onheilige, holle klan­ken" van Griekse filosofie die de chris­tenleer van de opstanding en de komst van Christus al begint te vergeestelij­ken en ze meer aangenaam te maken voor de Griekse denkwijze. Zijn be­zorgdheid komt duidelijk tot uiting in het dringende beroep dat hij op Timo­theüs doet om voor de waarheid van het evangelie te strijden: "Ik betuig u nadrukkelijk voor God en Christus Je­zus, die levenden en doden zal oorde­len, met beroep zowel op zijn ver­schijning als op Zijn koningschap: ver­kondig het woord, dring er op aan, ge­legen of ongelegen, wederleg, bestraf en bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting. Want er komt een tijd, dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen, maar, omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich tal van leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren" (4: 1-4).
Wat Paulus zelf betreft, was het die dag van de verschijning van de Here Je­zus die hij zelf steeds voor ogen had gehouden in zijn streven voor het evangelie. Nu gaat hij de martelaars­dood tegemoet in het volle vertrou­wen dat de Here hem te dien dage weer op zal wekken en hem de kroon der rechtvaardigheid geven: "Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb mijn loop ten einde gebracht, ik heb het ge­loof behouden; voorts ligt voor mij ge­reed de krans der rechtvaardigheid, welke te dien dage de Here, de recht­vaardige Rechter, mij zal geven, doch niet alleen mij, maar ook allen, die zijn verschijning hebben liefgehad" (4:7-8).

De dag van Christus' verschijning


 "Te dien dage" zegt hij; en het is die dag van Christus' verschijning en niet zijn tegenwoordige lijden waarop zijn gedachten steeds zijn gericht. "Ik weet, op wie ik mijn vertrouwen heb geves­tigd, en ik ben ervan overtuigd, dat Hij bij machte is hetgeen Hij mij toever­trouwd heeft, te bewaren tot die dag" (1: 12). Niet alleen hij maar ook allen die "Christus' verschijning hebben liefgehad" zullen te die dag de over­winnaarskrans ontvangen. Hij heeft al eerder gesproken over Onesiforus, die hem met veel moeite in zijn gevangenis had opgezocht: "De Here geve hem, dat hij barmhartigheid bij de Here vinde op die dag" (I: 18).
Het valt ons op dat in deze brief, waar zo veel staat geschreven over de hoop op leven, de opstanding, de verschijning en het komende koning­schap van Christus en zijn heiligen, helemaal niets wordt gezegd over een leven van de ziel in de hemel. Paulus spreekt inderdaad over het "hemelse koninkrijk" in 4: 18, maar de rest van de brief maakt volkomen duidelijk dat hij aan Christus' hemels koninkrijk op aarde denkt. Dit wordt ook bevestigd door zijn woorden in de brief aan de Filippenzen: "Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt" (3 :20-21).

Hoop op de opstanding

Het idee van de onsterfelijke ziel is trouwens nergens in de brieven van Paulus, noch in de gehele Bijbel, te vin­den. Het vindt zijn oorsprong in Griek­se filosofie, en wij zien in 1 Corinthiërs 15: 12 hoe Paulus van het begin af de invloed van deze filosofische opvattin­gen op de christenleer van de opstan­ding moest bestrijden. Wij vinden er weer melding van in deze brief aan Timotheüs. Hier schrijft Paulus over mannen "die uit het spoor der waar­heid geraakt zijn met hun bewering, dat de opstanding reeds heeft plaats gehad, waardoor zij het geloof van sommigen afbreken" (2: 18). Voor hen was de opstanding van het lichaam te materialistisch; zij geloofden in de goddelijke "ziel" die het stoffelijke lichaam overleefde en hadden geen plaats voor een lichamelijke opstan­ding. De opstanding, zeiden ze, was de wedergeboorte van een mens toen hij christen werd en "heeft reeds plaats gehad".
Vele jaren daarvoor bestreed Pau­lus deze leer in zijn brieven aan de Co­rinthiërs. Onder invloed van begrippen die kenmerkend waren voor de Griek­se denkwereld, waren er leden die de hoop op de opstanding van het lichaam verwierpen. Ze waren blijkbaar bereid om te accepteren dat Christus uit de doden opgewekt was, wellicht om te demonstreren dat Hij na zijn kruisdood levend geworden was. Paulus' ant­woord daarop was dat als er geen opstanding is, dan is er geen hoop op leven na de dood. In plaats van een uitzondering te zijn is Christus de eersteling van hen die ontslapen zijn. Bij zijn komst zullen ook zijn trouwe volgelingen opgewekt worden tot eeuwig leven (1 Corinthiërs 15: 12-23).
"Hun woord zal voortwoekeren als de kanker" voorspelt Paulus (2: 11), en zo is het gebeurd. Het heidense idee van een onsterfelijke ziel heeft voortgewoekerd in het christendom zodat de hoop van naar de hemel gaan voor velen de plaats heeft ingenomen van de hoop op de opstanding bij Christus' komst. De opstanding was de hoop die Paulus predikte: "Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn ... Christus als eersteling, volgens die van Christus zijn bij zijn komst" (I Corinthiërs 15:20 verg.1Thessalonicenzen 4: 13-11;Johannes 11 :23-­26; 5: 28, 29). "Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid zijns Vaders, met zijn engelen, en dan zal Hij een ieder vergelden naar zijn daden" (Mattheus 16:26).
Paulus heeft, in deze brief voor zijn dood, gesproken over "zware tijden" die in de laatste dagen zullen komen: "want de mensen zullen zelfzuchtig zijn ... met meer liefde voor genot dan voor God, die met een schijn van gods­vrucht de kracht daarvan verloochend hebben" (3: 1-5). Des te dringender dus zijn vermaning om bij de leer van de apostelen te blijven en de Schrift voortdurend te bestuderen: "Blijf gij echter bij wat u geleerd en toever­trouwd is, wel bewust van wie gij het hebt geleerd, en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus" (2 Timotheus 3: 14).

 - Met de Bijbel in de hand

De Knecht des Heren #1 De Bevrijder


I. DE BEVRIJDER (Jesaja 42: 1·7)

TOEN de Here Jezus na zijn doop door Johannes de Doper in de Jor­daan, uit het water steeg, klonk een betuigende stem uit de hemel: "Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb" (Mattheus 3: 17). Bij Je­zus' verheerlijking op de berg hebben ook zijn discipelen een dergelijk getuigenis van God gehoord (Mattheus 17:5).
De woorden: "Gij zijt mijn Zoon" komen voor in Gods belofte aan de komende Wereld koning in Psalm 2. Hij maakt Gods aanstelling bekend met de woorden: "Ik wil gewagen van het besluit des HEREN: Hij sprak tot Mij:
Mijn zoon zijt Gij; Ik heb u heden verwekt. Vraag Mij en Ik zal volken geven tot uw erfdeel, de einden der aarde tot uw bezit" (Psalm 2:7-8).
Naast de naam 'Zoon' sprak de stem uit de hemel Jezus ook aan als "de geliefde" en verwees hiermee naar een andere Schriftplaats: "Zie, mijn knecht, die Ik ondersteun; mijn uitver­korene, in wie Ik een welbehagen heb. Ik heb mijn Geest op hem gelegd" (Jesaja 42: 1). De Griekse vertaling volgens de Septuaginta geeft de zin van het woord "uitverkorene" door de Knecht Gods geliefde te noemen.
Deze profetie in Jesaja aangaande de Knecht des Heren is de eerste in een reeks van vijf. God stelt hier zijn Knecht voor. Later komt de Knecht zelf aan het woord en we horen ook wat anderen over Hem zeggen.

In dit gedeelte van het boek Jesaja heeft het woord 'knecht' drieërlei be­tekenis. Soms om het volk Israël aan te duiden en soms weer met betrekking tot het gelovige deel daarvan. In deze profetie echter vestigt de Here de aandacht op een bepaald Mens. Hij zegt: "Ik heb u gesteld tot een verbond voor het volk, tot een licht der natiën" (v. 6). Het nieuwe verbond, waarover de profeten menigmaal spreken, zal door de Knecht tussen God en Israël gesloten worden. Hij is dus een eenling, wat de verdere beschrijving van Hem ook aangeeft.
De Knecht is kennelijk een bijzon­dere Persoon, uitverkoren en geroe­pen om een verheven taak te vervuI­len. Daarom schenkt God Hem zijn Geest, opdat Hij hiervoor toegerust zou zijn. Op deze wijze zijn de profe­ten in Israël bekwaam gemaakt voor hun zending: "door de heilige Geest gedreven, hebben mensen van Gods­wege gesproken" (2 Petrus 1:21). In de laatste van deze reeks profetieën spreekt ook de Knecht als een profeet:
"De Geest des Heren HEREN is op Mij, omdat de HERE mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen" (Jesaja 61: 1).

Een Rechter-Koning

In deze eerste profetie echter is de Knecht veel meer dan een profeet. Hij zal recht niet alleen verkondigen maar ook op aarde brengen. Het parallellisme: "het recht zal hebben gebracht; en op zijn wetsonderricht zullen de kustlan­den wachten" (vA) komt ook later in deze profetie voor met dezelfde grondwoorden: "Want een wet zal van Mij uitgaan en mijn recht zal Ik stellen tot een licht der volken" (Jesaja 51 :4). Het zou dus consequenter zijn in deze profetie in plaats van 'wetsonderricht' te vertalen met het woord 'wet'. Het woord torah betekent in eerste instan­tie de wet door Mozes gegeven om al­le aspecten van de natie Israël en het leven van elke persoon te regelen. Wanneer jesaja in zijn profetie van de komst van Gods Koninkrijk op aarde zegt: "Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit jeruzalem" voorziet hij de tijd wanneer niet alleen onderricht maar ook Gods wet voor de wereld vanuit haar hoofdstad jeru­zalem in alle landen gevestigd zal worden.
In deze eerste Knechtprofetie komt hetzelfde contrast voor als in andere in deze reeks, namelijk het grote contrast tussen zijn eerste verschijning en zijn latere verhoging. Want voordat Hij de wereld Gods wet zal opleggen, waar­door de aardbewoners verplicht zullen worden volgens Gods maatstaven te leven, zal de Knecht een leraar zijn. Bij zijn eerste verschijning onder zijn volk is er weinig te zien van de machtige Messias die bij zijn tweede komst "de aarde zal slaan met de roede zijns monds en met de adem zijner lippen de goddeloze doden" (Jesaja 11 :4). Het volk waaronder jezus optrad zag geen demagoog die met groot betoon van pracht een rebellerend publiek trachtte op te trommelen, maar een profeet die vooral de individuele luisteraar van zijn boodschap van het Koninkrijk Gods wilde overtuigen (v.2). Mattheüs past deze profetie op jezus toe bij de gelegenheid toen Hij de menigte die Hem volgde ten strengste verbood Hem bekend te maken. De reden hiervoor was blijkbaar een populaire beweging tegen Rome, door mensen die zijn messiaanse taak niet begrepen, te voorkomen.
De liefdevolle belangstelling van de Knecht voor de zwakken en verdruk­ten blijkt uit de verdere beschrijving:
"Het geknakte riet zal hij niet verbre­ken en de kwijnende vlaspit zal hij niet uitdoven; naar waarheid zal hij het recht openbaren" (v.3). Een riet, groei­end aan de oever van een rivier of meer, dat geknakt is door de wind, of een vlaspit die door gebrek aan olie flauwer wordt, zijn beelden van zwakke en verkwijnende mensen. De woorden impliceren meer dan wat zij zeggen, en doen denken aan de liefde­volle zorg van jezus. Hij noemde Zich de goede herder, in tegenstelling met die geestelijke leiders die, zoals Eze­chiël had gezegd, zichzelf weidden en die juist het tegengestelde waren van Hemzelf: "zwakke versterkt gij niet, zieke geneest gij niet, gewonde."ver­bindt gij niet, afgedwaalde haalt gij niet terug, verlorene zoekt gij niet" (Ezechiël34:4). De evangelisten vertellen ons hoe Jezus bewogen werd met ontfer­ming als Hij de schare zag als een kud­de zonder herder. Hij illustreerde Gods liefdevolle zorg voor de ver­dwaalden in zijn gelijkenis van het ver­loren schaap.
Niet alleen zal de Knecht de zwak­ke en kwijnende versterken, maar met gebruik van diezelfde beelden geeft de profeet te kennen dat Hijzelf niet zwak of kwijnend van ziel zal zijn: "HIJ zal niet kwijnen en niet geknakt worden .
Hieruit kunnen wij opmaken dat HIJ op tegenstand en ontmoedigend verzet zal stuiten, maar desalniettemin zal HIJ trouw aan zijn opdracht blijven. Dit is een opvallende trek die ook in de andere Knechtprofetieën voorkomt. Mensen die de Knecht in zijn verne­dering hebben gezien zullen zich ver­stommen als Hij verhoogd wordt.


Het verbond

Nadat God het slavenvolk Israël bevrijd had sloot Hij met hen te Sinaï een ver­bond. Dit verbond was de basis van een eeuwigdurende relatie, die telkens beschreven wordt met de woorden:
"Ik zal u tot een God zijn en gij zult Mij tot een volk zijn." Uit de aard van de zaak kan er hier geen kwestie van een contract zijn. Israël werd door het ver­bond verzekerd van Gods bestendige en veelzijdige zorg voor zijn volk. Is­raëls bijdrage was zich te verplichten God te gehoorzamen. Vandaar dat bij het sluiten van het verbond Mozes het boek des verbonds" (bevattende ten­minste de Tien Geboden en wellicht een aantal andere aanvullende veror­deningen) voorlas, waarop het volk de gelofte aflegde: "Alles wat de HERE gesproken heeft, zullen wij doen en daarnaar zullen wij horen" (Exodus 24:7). Op grond van die woorden werd het verbond formeel gesloten.
Israëls treurige geschiedenis is een lang en teleurstellend verhaal van on­trouw aan Gods verbond. Met het oog op de val van het koningschap in jeru­zalem en ballingschap in Babel, be­loofde God door zijn profeten dat Hij een nieuw verbond zou sluiten, om de plaats van het te Sin,iI" gesloten verb?nd in te nemen. Jesaja brengt het slUiten
van dit verbond in verband met de komst van de Verlosser tot Sion (Jesaja 59:20-21). Ezechiël spreekt hierover in verband met de komst van een nieuwe David om in eeuwigheid over het volk te regeren: "Ik zal met hen een ver­bond des vredes sluiten, een eeuwig verbond zal het zijn. Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn" (Ezechiël 37:26). Jeremia haalt deze laatste woorden aan in zijn profetie hierover: "Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal" (Jeremia 31 :31­34).
In deze Knechtprofetie wordt ons verteld dat dit nieuwe verbond tot stand zal komen door Gods Knecht. "Ik, de HERE, heb u geroepen in ge­rechtigheid, uw hand gevat, u behoed en u gesteld tot een verbond voor het volk" (v.6). Op de keper beschouwd zou dit voor een Israëliet in de tijd van Jesaja een zeer merkwaardige profetie zijn. Dit betekent dat de hele relatie tussen God en Israël op een andere basis zal komen te staan op grond van de dienst van een Eenling, deze Knecht van de Here.
Deze woorden bereiden ons voor op de nadere uitleg in de vierde in deze reeks, waar wordt voorzegd dat de Knecht Zich zal stellen tot een schuldoffer voor velen en velen rechtvaardig maken, door hun onge­rechtigheid te dragen en omdat Hij zijn ziel uitgegoten heeft in de dood (Jesaja 53). We mogen aannemen dat jezus deze profetie in gedachten had toen Hij bij het aanreiken van een beker wijn bij de instelling van het Avondmaal zei: "Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt" (Lucas22:20).

Bevrijding uit de gevangenis

In deze Knechtprofetie, alsook in twee andere, zal de Knecht gevangenen be­vrijding brengen: "om gevangenen uit de kerker te leiden, uit de gevangenis wie in duisternis gezeten zijn" (v.6).
In dit en de volgende hoofdstukken in Jesaja bevindt zich het volk Israël in ballingschap in Babel. Hun situatie wordt met de volgende woorden ge­schilderd: "Maar dit is een volk, be­roofd en uitgeplunderd; men heeft hen allen in kerkerholen geboeid, in gevan­genissen zijn zij weggeborgen; zij werden ten roof en er was geen red­der; tot plundering en er was niemand die zeide: Geef terug." (Jesaja 42:22). De vraag wordt gesteld: "Ontneemt ie­mand de sterke zijn buit? Of zal de gevangene van een tiran kunnen ont­snappen?" (Jesaja 49:24, Willibrord vert.).
Dit laatste vers wordt door Jezus gebruikt als beeldtaal van de bevrijding die Hij zou bewerkstelligen (Mattheus 12:29), en misschien geldt dit ook voor het andere vers, als een schilderachtige voorstelling van de thuisloze toestand van de in dwangarbeid verkerende ballingen. De gevangenis waaruit de Knecht mensen zal bevrijden is van geestelijke aard. Jezus zei eens: "een ieder, die de zonde doet, is een slaaf der zonde ... Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn" (Johannes 8:34,36). Om deze bevrijding te bewerkstelligen, heeft God zijn Knecht doen opstaan. -


Vervolg > De Knecht des Heren #2 Gods zwaard en pijl

 - Met de Bijbel in de hand

If you do pray you shall not be disappointed

"If you do not pray, everything can disappoint you by going wrong. If you do pray, everything can still go wrong, but not in a way that will disappoint you."
Hubert van Zeller, Pan Dictionary of Religious Quotations, pg. 332.

Enhanced by Zemanta

Indien je bid zal je niet ontchoocheld worden

"Indien je niet bid kan alles je ontgoochelen door verkeerd te gaan. Indien je bid kan alles nog steeds verkeerd gaan maar zodanig dat het je niet zal ontgoochelen"
Hubert van Zeller, Pan Dictionary of Religious Quotations, pg. 332.

Britse internetsite voor slachtoffers crisis

Bron: www.life4seekers.co.uk/ uncertainty

BRUSSEL (KerkNet/CNS) – De katholieke Kerk van Engeland en Wales opende deze week een website voor mensen die gebukt gaan onder de gevolgen van de financiële crisis. De site biedt bezoekers praktisch en geestelijk advies evenals ondersteuning bij verlies van hun baan. De website probeert, onder meer aan de hand van getuigenissen, mensen gerust te stellen die zich zorgen maken over hun economische toekomst. De website bevat mp3-bezinningen, links naar websites van kerkelijke organisaties die zich inzetten voor behoeftigen en een serie gebeden die helpen de stress en de angst de baas te blijven. Opmerkelijk is het advies om te bidden tot de heilige Matteüs, bekend als patroon van bankiers, boekhouders, tollenaars en managers.

(Kerknet)

It can be a difficult ‘financial, emotional and spiritual place’ to be, but take heart, you’re not alone.

Scheiding van kerk en staat

Overheid en kerken moeten vormen van samenwerking zoeken, vindt de Nederlandse CDA-senator dr. Van Bijsterveld. Hun onderlinge verhouding verdwijnt daarmee uit de probleemsfeer. "De overheid moet de maatschappelijke betekenis van het geloof honoreren", aldus Van Bijsterveld.

Het beginsel van de scheiding van kerk en staat is ooit, in 1796, geproclameerd maar de betekenis ervan is nooit erg duidelijk omlijnd geweest, vindt de universitair hoofddocent. „De boodschap ervan was dat kerk en overheid op hun eigen gebied autonoom zijn en geen formele zeggenschap hebben ten aanzien van elkaars organisatie. Het heeft in de praktijk echter geleid tot het beeld dat de overheid ‘publiek’ was en godsdienst ‘privé’. Een tussenweg was er niet. Dit onderscheid wordt daarmee veel te absoluut, zodat de samenleving buiten beeld komt. Het is een gemis voor de godsdienst maar ook voor de overheid zelf.”

Lees  hieromtrent >„Religie niet alleen zaak van individu

Moderne benadering van God

Zowel de moderne als de evangelicale benadering van God kreeg gisteren kritiek op de 'theologenconferentie' van het Evangelisch Werkverband.

Besef van heiligheid en schoonheid van God is aan erosie onderhevig, constateert dr. Arjan Plaisier. In de moderne cultuur is God vooral een gedachteconstructie, waarmee Hij op afstand komt. Aan de andere kant van het christelijk palet wordt Hij geclaimd in ,,de warmere golfstroom van een gevoelsreligie'', waardoor God kan ,,verplatten en versmelten met de mens''.

In de moderne benadering van God staat de menselijke ervaring, de verbeelding centraal. ,,Over het algemeen is God in de moderniteit eerder een 'voorwerp' dat als zodanig gedacht kan worden, dan een 'subject' dat zichzelf openbaart'', legde Plaisier uit.

Als God een 'iets' is in plaats van een 'Iemand' werkt dat vervagend, vond Plaisier. ,,Voor een 'iets' zal ik niet in dankbaarheid op de knieën gaan. Een 'iets' verplicht mij tot niets en een 'iets' herschept mij niet. En daar gaat het in het christelijk geloof nu juist wel om.''

Lees meer > Spanningen in het geloof houden

Man's plans prevailed by God's purpose


Proverbs 19:20-21 Many are the plans in a man's heart, but it is the LORD's purpose that prevails.





Thoughts
Phil Ware    "What are your plans for today?" If you are like me, you prayerfully try to plan your day. You make appointments with people in the future so you can address their needs, hear their concerns, or discuss issues and projects. But, we need to always live humbly, recognizing that none of our plans will be of value unless those plans come from the Father!

Prayer
    Holy God and righteous Father, please bless me as I seek to discern your will in my decisions today. I recognize that each breath that I take is a gift and that each success is because of your grace. Please use me to your glory and help me find your path for my life. In the name of Jesus I pray. Amen.

+++
2013 update:

Enhanced by Zemanta

Gekoesterde plannen volgens God plan uitgeoerd

Christelijke Overdenking

Proverbs 19:20-21 Vrijdag 30 januari 2009

English version > Man's plans prevailed by God's purpose

 

Spreuken 19:21

         
  • Statenvertaling
  • GNV
  • NBG 1951
  • NBV
  • Het Boek

"In het hart des mans zijn veel gedachten; maar de raad des HEEREN, die zal bestaan." (Spr 19:21 STV)

"Een mens koestert in zijn binnenste vele gedachten, maar wat de Heer wil, komt tot stand."

"Vele zijn de overleggingen in het hart des mensen, maar de raad des HEREN, die zal bestaan."

"Een mens maakt allerlei plannen, wat wordt uitgevoerd, is het plan van de HEER."

"In het hart van een mens leven vele verborgen gedachten, maar wat de HERE besluit gebeurt."

 

Overdenking van vandaag:

"Wat doe je vandaag?" Als jij op mij lijkt, probeer je met gebed je dag te plannen. Je maakt afspraken met mensen in de toekomst om hun noden te helpen, om hun zorgen aan te horen of om bepaalde ideeën en projecten te bespreken. Maar we moeten altijd in nederigheid leven, wetende dat geen één van onze plannen waardevol kan zijn totdat die plannen van de Vader komen.

 

Gebed:

Heilig God en rechtvaardige Vader, zegen mij bij het zoeken naar uw wil in mijn beslissingen vandaag. Ik besef dat elke ademhaling een cadeau is en dat elk succes door uw genade komt. Gebruik mij alstublieft om u te eren en help mij uw weg in mijn leven te vinden. In de naam van Jezus bid ik dit. Amen.

Oekraiense Bijbelschool

De Oekrainse Bijbel school in Poltava was een bijzondere ervaring voor al de betrokkenen.  Broeders en zusters vanuit overal in  Rusland, Belarus, Estonia,  Engeland, Moldova, Oesbekistan, Letland en de V.S.A. namen deel. Daar  waren ongeveer 90 aanwezigen  inclusief de dag beozekers van de plaatselijke ecclesia. De accommodatie was wel voorzien bij de plaatselijke zuster Ludmila, en het eten was typisch Russisch.  Het geestelijk voedsel was zelfs beter.  Broeder Scott Ketelsen uit de V.S.A. gaf een reeks gesprekken over het Tabernakel.
Broeder Duncan Heaster uit  Letland bracht lezingen over het boek  Jakobus en leide de dagelijkse Bijbel lezingen.
Charles Klennert uit de V.S.A. bracht een reeks lezingen over de profeten.  Daarnaast was er eveneens a programma met toneelstukken, poëzie, gebeden en liederen.

Blind leading the blind

Whilst out walking the other day going along the edge of a field filled with a tall crop of corn I noticed a rabbit sitting in the middle of the path. It appeared to be sleeping, so thinking that it had not noticed me because of the tall plants that provided plenty of cover, I crept forward until within a few feet of the rabbit. Suddenly up went its head, it spun round and ran back towards the hedge line. It was then I realised that the rabbit was blind, its eyes were closed! Yet it quickly found the hedge row and turning parallel to the hedge ran towards a burrow only just managing to avoid direct collision with the branches and trunks of the hedging in the process. In its panic the rabbit ran past a burrow, yet somehow quickly sensed it had done so and doubling back with only one quick sniff found the entry and disappeared from sight. The rabbit was blind, yet managed to ‘see’ with its other senses.

Few of us are blind, yet we all have blind spots. The blind spot is formed at the back of the eye, at the point where the optic nerve enters the eye.  Yet we do not notice a ‘hole’ in our vision.  Why? Well, most people tend to assume that what is seen is more or less what the eye views and sends via the optic nerve to the brain. Yet in fact, your brain adds very substantially to the information it receives from the eye. Thus, much of what you see is actually "made up" by the brain. So despite blind spots in the eye, the ‘hole’ is filled in by the brain. Also, be honest, how many times do you see what you want to see and not what is really out there?  I remember as a young child being convinced that what I saw on television was in colour, yet we only had a black and white television set. Have you ever had the experience of looking high and low for something and being unable to find it? Yet when somebody else takes a look they find the article straight away. It is so easy to miss what is right under our nose!

Blind spots and seeing what we want to see have a serious spiritual counterpart. Jesus once said of the Pharisees:

"Let them alone. They are blind leaders of the blind. And if the blind leads the blind, both will fall into a ditch." Matt 15:14

That equally applies to and really sums up, the realities of world politics in this age. Yet sadly it also may well apply to the household of faith. Spiritual ‘blind spots’ are increasingly allowing worldly ways and philosophies to encroach upon scriptural principles. At the beginning of his ministry Jesus quoted these words:

"The Spirit of the LORD is upon Me, Because He has anointed Me to preach the gospel to the poor; He has sent Me to heal the broken hearted, to proclaim liberty to the captives and recovery of sight to the blind.” Luke 4:18

The light of the Word has shone into our lives illuminating the darkness that once filled our life. Once like the blind rabbit we ran through life not really knowing where we were going, stumbling along over the many pitfalls that lay in our path. Yet we still, yes all of us, be honest even you, have blind spots.

The recovery of sight is not instantaneous and removal of all blind spots may well lie beyond this present age. If a brother or sister is convinced that they have sight and see clearly, then think on these words of the Master:

“"For judgment I have come into this world, that those who do not see may see, and that those who see may be made blind." Then some of the Pharisees who were with Him heard these words, and said to Him, "Are we blind also?"  Jesus said to them, "If you were blind, you would have no sin; but now you say, ‘We see.’ Therefore your sin remains. John 9:39-41

These words bring to mind those penned by John, where he says that “If we say that we have no sin, we deceive ourselves, and the truth is not in us” 1John 1:8. Yet I hear you say, we do admit to sin and seek forgiveness! Yes that is true, but do you openly acknowledge exactly what sin or failing besets you, or is it rather just a general ‘please forgive my sins’ when in prayer?

I guess for all of us personal self examination shows that deep down inside there are some things preferred to be left unsaid. Maybe a little bit like David, who deep down within himself knew that what he did with Bathsheba and subsequently to Uriah was wrong. But it took the prophet Nathan to bring it into the open, ‘Why have you despised the commandment of the LORD, to do evil in His sight?  Only then, having been confronted and no longer able to hide from himself the enormity of what he had done, did David instantly acknowledge his guilt.

Maybe our personal blind spots are not to the same extent, but all sin is disobedience of God’s Word. But we do have a wonderful hope for as John continues:

“If we confess our sins, He is faithful and just to forgive us our sins and to cleanse us from all unrighteousness.” 1John 1:9

The problem with blind spots though is that we do not see our own! But how easy it is to see very clearly another’s blind spot and judge accordingly. Jesus said:

"Why do you look at the speck in your brother’s eye, but do not consider the plank in your own eye?  Or how can you say to your brother, ‘Let me remove the speck from your eye and look, a plank is in your own eye?  "Hypocrite! First remove the plank from your own eye, and then you will see clearly to remove the speck from your brother’s eye.”  Matt 7:3-5

That small speck in our brother or sisters eye is so very easy to see and why they can’t see it is a mystery! Yet, if we were to look deeply and honestly within our own heart, maybe that plank in our own eye would become more apparent!

Jesus was well able to heal the blind and the partially sighted. Not just the physically blind, but the spiritually blind. Though we now as Paul wrote see as in a mirror dimly, the Word will lead, guide and teach us to use all our spiritual ‘senses’, those fruits of the spirit that Yahweh so desires to see in His children.

Now, what of that speck in your brother’s eye? Well we read in the Law of Moses: ‘You shall not curse the deaf, nor put a stumbling block before the blind, but shall fear your God: I am the LORD” Leviticus 19:14. Therefore, let us apply this to spiritual matters and beware of putting a stumbling block in front of our brother or sister in Christ. Again some pertinent words of Jesus:

"Whoever causes one of these little ones who believe in Me to stumble, it would be better for him if a millstone were hung around his neck, and he were thrown into the sea.” Mark 9:42 

The warning to the Laodicean church is particularly relevant to our day, "because you are lukewarm, and neither cold nor hot, I will vomit you out of My mouth.” Because you say, ‘I am rich, have become wealthy, and have need of nothing’ ––and do not know that you are wretched, miserable, poor, blind, and naked” Rev 3:16-17. Particularly in the western world, this modern age provides many comforts and riches; our physical needs are well met. Within the Truth we have many books covering a vast variety of subjects about the Truth and we have a rich heritage spanning 150yrs or so of time since the days of the pioneering brethren. Yet how much time is spent not just reading, but deeply meditating about the scriptures. Is complacency setting in? Is vision dimming and no longer present? Is the vital spark of zeal to uphold the Truth in all its beauty and fight against the steady encroachment of compromise still present? Jesus warned the Laodiceans:

“I counsel you to buy from Me gold refined in the fire, that you may be rich; and white garments, that you may be clothed, that the shame of your nakedness may not be revealed; and anoint your eyes with eye salve, that you may see.” Revelation 3:18

The purchase price of that eye salve is nothing, it is freely offered and today is the time to buy it. But though sin does so easily entangle and blind spots lead astray, we can take great comfort and have trust in the great mercy of Yahweh. For the promise is certain that if we honestly confess our sins, He is willing to forgive. If we repent and turn aside from sin, He is willing to count faith as righteousness.  Though we see but dimly now, we shall see face to face and reflect the glory of Yahweh.  Though we now know in part, then we shall know just as we also are known. Surely the righteous long to receive their full sight and lose those blind spots. Surely the righteous proclaim with Paul:

“Oh, the depth of the riches both of the wisdom and knowledge of God! How unsearchable are His judgments and His ways past finding out!”

Andy P.
+++
2013 update:
Christ and The Pharisees
Christ and The Pharisees (Photo credit: Wikipedia)


Enhanced by Zemanta

Moed is angst die haar gebeden heeft gezegd

"Moed is angst die haar gebeden heeft gezegd."
- Karl Barth

"Zodra hij hoorde dat het Jezus de Nazarener was, begon hij luidkeels te roepen: ‘Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!’...
 Jezus bleef staan en zei: ‘Roep hem eens hier.’Ze riepen de blinde toe: ‘Heb goede moed! Sta op. Hij roept u.’”
Markus 10:47, 49

Ik wil de moed hebben om Jezus te volgen
maar ik ben dikwijls zo zwak.
Geef mij kracht Heer zodat ik de moed kan opnemen
om door al de problemen te gaan die mij omringen.


Courage is fear that has said its prayers

"Courage is fear that has said its prayers."
- Karl Barth

"And when he heard that it was Jesus of Nazareth,
he began to cry out, and say,
'Jesus, thou son of David, have mercy on me.'
And Jesus stopped and said, 'Call him here.'
So they called the blind man, saying to him,
'Take courage, stand up! He is calling for you.'"
Mark 10:47, 49

I want to have courage and follow Jesus,
but I am often so weak.
Give me strength o Lord that I can take up the courage
to go through all the problems which surround me.

Dutch version / Nederlands >Moed is angst die haar gebeden heeft gezegd




Enhanced by Zemanta

Thursday, 29 January 2009

End of the Bottom Line


The importance of the bottom line is one of the first lessons of business. Effective business and professional leaders are naturally performance-oriented. They understand the need for results. But that attitude can sometimes negatively affect our spiritual lives.
Ephesians 2:4-10 But because of his great love for us, God, who is rich in mercy, made us alive with Christ even when we were dead in transgressions - it is by grace you have been saved. And God raised us up with Christ and seated us with him in the heavenly realms in Christ Jesus, in order that in the coming ages he might show the incomparable riches of his grace, expressed in his kindness to us in Christ Jesus. For it is by grace you have been saved, through faith - and this not from yourselves, it is the gift of God - not by works, so that no one can boast. For we are God's workmanship, created in Christ Jesus to do good works, which God prepared in advance for us to do.(Holman Bible)

In Business Terms ...

While hiking alone out of the country, I crushed my left leg in a bad fall. I had to drag myself nearly three hours to get to a road, where miraculously I was found and taken to a hospital. Eventually I was flown back to the United States for surgery. The most profound result of that accident was that I discovered God in my pain. There I was, stretched out in bed in excruciating pain, and praying didn't make the pain go away. So I began to ask God how to find him in the midst of the pain and not only as the alleviator of pain. He answered that prayer. Some of the times of deepest pain and anguish were periods of closest fellowship with him. For the first time in my life, I was taken off the fast track for a brief time. I discovered most of my security and identity was in what I accomplished for God - preaching sermons, writing books, leading a church, being part of a media ministry. All of this identified my worth. What can you do when there's nothing to do but wait for healing? During that difficult convalescence, I discovered in a new way that God loves me not for what I do but simply because I belong to him.  - Lloyd John Ogilvie

Something to Think About:

We can't save ourselves by pulling on our bootstraps, even when our bootstraps are made of the finest religious leather.  -  Eugene Peterson
 - 1 Minute Bible for Business Professionals - "End of the Bottom Line"

No better evangelist in the world than the Holy Spirit

There is no better evangelist in the world than the Holy Spirit.

-- Dwight L. Moody

Jezus van Nazareth #1 Jezus Geboorte


Jezus van Nazareth

I. ZIJN GEBOORTE

DAVID verzocht de Here een huis voor Hem te Jeruzalem te mogen bouwen, een duurzaam heiligdom om de plaats in te nemen van de tabernakel in Gibeon. Gods antwoord was dat Hij zelf van plan was een 'huis' voor David te bouwen, een koninklijke dynastie die nooit ten einde zou komen. Deze koninklijke lijn zou uitlopen op een Koning die in eeuwigheid zou regeren en dus geen opvolger zou heb­ben. Met het oog op zijn komst zei God: "Ik zal hem tot Vader zijn, en Hij zal Mij tot Zoon zijn" (2 Samuel 7: 14).
Deze woorden zijn in eerste instan­tie en in beperkte zin toegepast op Davids zoon Salomo, maar het Nieuwe Testament ziet hierin de belofte van de eniggeboren Zoon van God. "Immers, tot wie der engelen heeft Hij ooit gezegd: Mijn Zoon zijt Gij; Ik heb u heden verwekt? En wederom: Ik zal Hem tot Vader zijn, en Hij zal Mij tot Zoon zijn" (Hebreeën 1:5).

Een door God gegeven teken

In tegenstelling met de wisselende dy­nastieën in het noordelijke rijk van Is­raël stamden alle koningen die in Jeru­zalem over het zuidelijke rijk van Juda regeerden uit het geslacht van David. In de tijd van de profeet Jesaja beraam­den de rijken van Syrië en Israël een gezamenlijke aanval op Jeruzalem met de bedoeling koning Achaz af te zetten en een andere koning aan te stellen. Dit zou Gods belofte aan David te niet hebben gedaan, vandaar de verzeke­ring die Jesaja, namens de Here, heeft gegeven: "Het zal niet bestaan en het zal niet geschieden" (Jesaja 7: 7). De Here wilde een teken van zijn verijdelen van de beraamde aanval aan Achaz geven, "diep in het dodenrijk of boven in den hoge", maar toen hij weigerde zei Jesaja: "Daarom zal de Here zelf u [het huis van David] een teken geven: Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuël geven" (v. 14).
De belofte houdt de verzekering in van de bestendigheid van Davids troon door de wonderbaarlijke geboorte van de koning. Dat deze koning de eeuwig­levende Messias zou zijn blijkt uit de voortzetting van Jesaja's profetie, waar hij eerst de vreugde voorziet die zijn geboorte zal brengen en in het vervolg zijn rechtvaardige heerschappij beschrijft. "Want een Kind is ons gebo­ren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder ... Groot zal de heerschappij zijn en ein­deloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk" (Jesaja 9). "En er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï" (Jesaja 11:1). De wonderbaarlij­ke geboorte sluit zich aan bij de belofte aan David van een Koning met een bij­zondere afkomst: "Ik zal Hem tot Va­der zijn, en Hij zal Mij tot Zoon zijn."
Het woord dat de moeder be­schrijft, alma, komt slechts negen keer in de Schrift voor. In geen van deze voorvallen blijkt dat een getrouwde vrouw wordt bedoeld, terwijl in som­mige gevallen het om een meisje gaat die waarschijnlijk niet getrouwd is (Mirjam, de zuster van Mozes, bijvoor­beeld in Exodus 2:8) en dit is zeker het geval met Rebekka. Er is een ander woord dat soms als maagd wordt ver­taald, maar dat toch verduidelijking door een toevoeging nodig heeft. De knecht van Abraham, die een geschikte vrouw voor Isaäk moest vinden, zag Rebekka naar de waterbron komen. "En het meisje was zeer schoon van uiterlijk, een maagd (betla), met wie geen man gemeenschap had gehad" (Gen. 24: 16). Maar alma heeft geen nadere bevestiging van maagdelijkheid nodig, zoals blijkt uit ditzelfde verhaal: "laat het nu zo zijn, dat de maagd (alma), die naar buiten komt om te put­ten ... de vrouw zal zijn, die de HERE voor de zoon van mijn heer bestemd heeft" (v.43-44).

De vervulling van de belofte

Mattheüs vertelt ons in zijn evangelie hoe de engel van de Here aan jozef verscheen, toen hij van zins was van zijn verloofde te scheiden omdat zij reeds zwanger was. De engel zei: "Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw. tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest" (Mattheus 1:20). Mattheüs voegt aan deze mededeling de verklaring toe dat dit de vervulling was van Gods woord door zijn profeet Jesaja: "Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zei­de: Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren" (v.22).
Terwijl het evangelie naar Mattheüs de aandacht op jozef vestigt, vertelt Lucas hoe Gods engel tot Maria in Nazareth kwam. Zij begreep uit zijn boodschap niet alleen dat haar het grote voorrecht was geschonken, moeder van de beloofde Messias van Israël te worden, maar ook dat zij zwanger zou worden vóórdat zij met jozef ging trouwen. In antwoord op haar vraag van verbazing - "Hoe zal dat geschieden, daar ik geen omgang met een man heb?" -zei Gabriël: "De heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u over­schaduwen; daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden" (Lucas 1:35).
Deze woorden geven Gods verkla­ring voor het ontstaan van zijn eniggeboren Zoon aan. Terecht heeft Paulus op deze gebeurtenis de profetische woorden van Psalm 2 toegepast: "En wij verkondigen u, dat God de belofte, die aan de vaderen geschied is, aan ons, hun kinderen, vervuld heeft door Jezus op te wekken, gelijk in de twee­de psalm staat: Mijn Zoon zijt Gij; Ik heb U heden verwekt" (Handelingen 13:34). "Opwekken" heeft hier, gelijk bijvoor­beeld eerder in dit boek - "Een profeet gelijk mij zal God u uit uw broe­ders doen opstaan" (Handelingen 7:37) - de betekenis van: in leven roepen.

Het getuigenis van Marcus

Marcus begint zijn evangelie met het verschijnen van Johannes de Doper en Jezus' optreden in Galilea na zijn doop en verzoeking in de woestijn. Om hieruit te concluderen, zoals velen hebben gedaan, dat hij van Jezus' maagdelijke geboorte niets wist, is uiterst onredelijk. Wie zou uit zijn verslag hebben geweten bijvoorbeeld dat Jezus vóór zijn optreden in Galilea bezig was geweest in Judea, waar Hij tenminste zes van de discipelen die Hij ook later geroepen heeft in zijn dienst had, en die Hij de taak gaf van het dopen van bekeerlingen, evenals Johan­nes de Doper elders deed?
Volgens sommige belangrijke hand­schriften begon Marcus zijn evangelie met de woorden: "Begin van het Evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God." Zelfs als deze laatste woorden niet authentiek zijn is dit wat Jezus in zijn zelfgetuigenis bij zijn verhoor zegt. "Wederom ondervroeg de hogepriester Hem en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon van de Gezegende? En Jezus zeide: Ik ben het" (Marcus 14:62).
Bovendien vindt Marcus ruimte in zijn korte verslag voor de vraag over de Messias die Jezus aan de schriftgeleerden stelde, maar die zij niet heb­ben kunnen beantwoorden: "Hoe zeggen de schriftgeleerden, dat de Christus een zoon van David is? David zelf heeft door de Heilige Geest ge­zegd: De Here heeft gezegd tot mijn Here: Zet U aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden onder uw voeten gelegd heb. David zelf noemt Hem Here, en hoe kan Hij dan zijn Zoon zijn?" (Marcus 12:35-37). De verklaring van dit hoogst ongebruikelijke bewijs van eerbied is uiteraard dat de Messias inderdaad de Zoon van David is, doordat Hij uit zijn koninklijke geslacht geboren is, maar dat Hij ook de Zoon van God is, getuige de profetische woorden in een andere psalm van David: "Mijn Zoon zijt Gij; Ik heb U heden verwekt" (Psalm 2:7).

Het getuigenis van Johannes

 Tegen het einde van zijn evangelie verklaart de apostel Johannes waarom hij zijn boek geschreven heeft. "Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, maar deze zijn geschreven opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam" (Johannes 20: 30-31). In plaats van de historische omstandigheden van Gods verwekking van zijn Zoon in de maagd Maria, vertelt hij het uiterst diepgaande gevolg hiervan met de woorden: "Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid ... Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen" (Johannes 1: 14).
Met deze gebeurtenis brengt Johannes de inleiding van zijn evangelie tot het hoogtepunt van een historisch proces van Gods zelfopenbaring. Door het woord van de Here zijn alle dingen gemaakt: "Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er" (Psalm 33:9). Datzelfde woord, door de profeten gesproken, werd licht en leven voor mensen. Maar de wereld heeft het verwerpelijk gevonden God te erkennen (Romeinen 1: 18 e.v.). God heeft dan zijn woord door zijn profeten aan Israël gezonden, maar ook zijn eigen volk, met uitzondering van een rest, heeft zijn woord verworpen. Ten slotte is zijn levengevende, lichtbrengende woord in zijn eniggeboren Zoon belichaamd. De woorden impliceren wat in Mattheüs en Lucas expliciet wordt verhaald:
Gods verwekking van zijn Zoon door de maagd Maria.

Het getuigenis van Paulus

In zijn inleiding op zijn brief aan de Ro­meinen vestigt Paulus de aandacht op de unieke oorsprong van Christus: "aangaande zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de geest der heiligheid door zijn opstanding verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus onze Here" (Romeinen I :3-4). De uitdrukking "de geest der heiligheid" in deze samen­hang kan opgevat worden als de Geest, die heilig is", d.w.z. de Heilige Geest. Er is geen suggestie dat Christus de Zoon van God is geworden door zijn opstanding. Na zijn opstanding zei Jezus: "Mij is gegeven alle macht in he­mel en op aarde" (Mattheus 28: 18). Zoals Paulus elders schrijft is Christus' ver­hoging en verheerlijking het gevolg van zijn gehoorzaamheid zelfs tot de kruis­dood (Filipenzen 2:9). De woorden: "gespro­ten uit het geslacht van David naar het vlees" vinden een parallel in de brief aan de Galaten: "geboren uit een vrouw, geboren onder de wet".

 Waarom de twijfels?

Waarom hebben vele christenen, die gewoonlijk bereid zijn het getuigenis van de Schrift te aanvaarden, twijfels over de historiciteit van de maagdelijke geboorte? Dat de plaatsen waar deze expliciet wordt vermeld weinig zijn is geen reden voor onzekerheid. Ware het niet voor de misbruiken in de gemeente te Corinthe, wat voor be­wijs zouden we hebben dat het Paulus' gewoonte was in de gemeenten de regelmatige viering van het Avondmaal te regelen? We hebben onze kennis van de omstandigheden van Jezus' he­melvaart alleen aan Lucas te danken. Maar wat hij hierover vertelt is impli­ciet in het evangelie. Gelovigen wisten dat Christus, die gezeten is aan de rechterhand van de Vader in de hemel, vroeger op aarde onder zijn volk had geleefd. Ook als zij niet zouden weten van de omstandigheden, dat Jezus veertig dagen na zijn opstanding bij zijn afscheid van zijn discipelen in een wolk vanaf de Olijfberg opgenomen werd, toch geloofden ze stellig in het feit van Christus' hemelvaart. 
Zo is het ook met Christus' wonderbaarlijke geboorte. De vroege gemeente geloofde in Hem als een Mens van vlees en bloed, onderhevig aan verzoeking en die gestorven is. Ter­zelfder tijd geloofden ze in Hem als de eniggeboren Zoon van God, die nooit gezondigd heeft. Het woord 'enigge­boren' gaf te kennen dat zijn oor­sprong uniek was, en niet te vergelij­ken met de geestelijke wedergeboorte van andere kinderen van God. Zij aanvaardden het impliciete feit van zijn hemelse oorsprong met overtuiging, zelfs als zij uit overwegingen van eer­bied de unieke ervaring van Maria niet van de daken afkondigden.
Vervolg > Jezus van Nazareth #2 De zoon van Maria
- Met de Bijbel in de hand

++

Vindt ook te lezen

Een plaats voor een vreemdeling en een vluchteling
Een Groots Geschenk om te herinneren
Een man die de geschiedenis van het mensdom veranderde
Het begin van Jezus #2 Aller Begin
Het begin van Jezus #3 Voorgaande Tijden
Het begin van Jezus #6 Beloften van innerlijke zegeningen
Het begin van Jezus #7 Een Nieuwe Adam, zoon van Abraham
Het begin van Jezus #8 Beloofde Gezalfde zoon van God
Het begin van Jezus #13 Een te komen mens
Jezus van Nazareth #1 Jezus' geboorte
Jezus van Nazareth #2 De zoon van Maria
Jezus van Nazareth #3 De Zoon van God
Jezus van Nazareth #4 Die geen zonde gedaan heeft
Jezus van Nazareth #5 Zijn Unieke persoonlijkheid
Jezus van Nazareth #6 Zijn unieke macht
Jezus van Nazareth #7 Zijn Leven van gebed
De Knecht des Heren #1 De Bevrijder
De Knecht des Heren #2 Gods zwaard en pijl
De Knecht des Heren #3 De Gewillige leerling
De Knecht des Heren #4 De Verlosser
De Knecht des Heren #5 De Gezalfde gezant
Wereld waarheen #1 Terug naar Egypte
Dienaar van zijn Vader
De Leidsman van geloof
Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
Zoenoffer
Niemand heeft zulk een grote liefde als hij die zij leven gaf voor zijn vrienden
Jezus moest sterven
Jezus stervensdag
Achtergelaten aan een paal tot in de dood
Waarom vast houden aan het kruisbeeld
Kruisen en Iconen stukslaan
Zweeds theoloog vindt in historische geschriften dat Jezus niet aan een kruis stierf
Indien God Zijn eigen wil niet heeft
Een Messias om te Sterven
Vergieten van Bloed, een Oud en een Nieuw Verbond
Jezus drie dagen in de hel
Redding, vertrouwen en actie in Jezus #2 Te Doen
Redding, vertrouwen en actie in Jezus #3 Zoals Jezus
Redding, vertrouwen en actie in Jezus #5 Verblijven in Christus
Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren
Redding, vertrouwen en actie in Jezus #7 Adverteren
Redding, vertrouwen en actie in Jezus #8 Omgang met Leerstellingen
Redding, vertrouwen en actie in Jezus #9 Omgang met anderen
Christus kennen is zin geven aan het leven
Niet gebonden door labels maar vrij in Christus
Ongelovige Thomassen, Jezus en zijn God
Hermeneutiek om uit te dragen #8 Tegenspraak
Filippenzen 1 – 2
Gnostiek, Judas evangelie, bijbelonderricht, zoon van God
Want het is geen leeg woord
Mogelijkheid tot leven