Monday, 14 September 2009

Synagoge uit de tijd van Jezus opgegraven

 

Aan de oever van het Meer van Galilea in Israël zijn de resten van een synagoge uit de periode van de Tweede Tempel (516 v. Chr.- 70 na Chr.) gevonden waarin Jezus Christus mogelijk zijn leer heeft verkondigd. Dat hebben archeologen vrijdag gezegd. De overblijfselen van het gebedshuis, een van de oudste waarvan resten zijn aangetroffen, werden in Migdal opgegraven. De Israel Antiquities Authority (IAA) heeft dat bekendgemaakt.

Migdal was tweeduizend jaar geleden een belangrijke stad. Jezus verkondigde vaak zijn opvattingen aan de oever van het Meer van Galilea en verrichtte er volgens de Schrift verscheidene wonderen.

Archeologen vonden op een steen in het midden van de synagoge een afdruk van een menora (candelabrum). Volgens de leider van het onderzoeksteam, Abshalom-Gorni, zijn er slechts vier van dit soort afdrukken bekend. Hij houdt het voor mogelijk dat de kunstenaar die de menora op de steen afbeeldde zelf ooit met eigen ogen de originele menora uit de Tweede Tempel heeft gezien. Deze tempel in Jeruzalem werd in 70 na Christus door de Romeinen verwoest. De gouden menora die in deze tempel stond, werd door de Romeinen als overwinningsbuit naar Rome gebracht.

 

Archeologen zijn vooral onder de indruk van de vondst van een afdruk van een menora, de zevenarmige kandelaar, uit de tweede tempel van Jeruzalem, die de Romeinen in 70 na Christus verwoestten. Volgens Abshalom-Gorni zijn er van zulke afdrukken slechts vier bekend.

De belangrijkste zaal van de synagoge is 120 vierkante meter groot. Aan de zijkanten van deze zaal zijn stenen banken gevonden. De vloer van de synagoge was volgens de archeologen gemaakt van mozaïeken en op de muren zijn sporen van fresco's aangetroffen.