Other churches say that the administration of the Last Sacraments should be free of charge but dare to ask of the requesters a contribution (with direct price) to cover the expenses of their pastoral work and diaconal work. According to them, the direct prices may not be a limitation however to ask for those sacraments. They are for men that live of a low income always negotiable. This method can give men an easy feeling that they do not beg but also give an idea how much they could contribute so not to have to give too little. It can give the requesters a certain form of peace of mind.
The Belgian Christadelhians find that the mostly suitable form for financial contribution is having a collection box or basket behind or on an inconspicuous spot, which gives the opportunity far everybody that wishes, to give a voluntary financial present discreetly.
Contributions are not have to be accounted for on the financial site. One can contribute or furnish also by performing through work in the church community. The foreseeing of flowers, hall decoration, taking care of the common classrooms, keeping everything clean, foreseen of the delicacies for after the service, etc give all sorts of activities, that also must be performed in the community , and where one mainly must count on voluntary co-workers.
But also through gifts within the church community, the ecclesia or parish can on her turn then again contribute to the commune, the town or living environment. Churches have shown a long tradition in the middle-class commune. In the anglo-saxon countries it is (or has been) the custom that churches offer all sorts of peoples activities through the year. In our regions we do not see that so much, outside by the Catholic church the renting of the parish house where then all sorts of eat festivities and other affairs are offered for the locals to meet. Also we can see that it are the churches who remain in the old districts as other organizations already have left. They try that to be at the disposition for the needy and try to offer help where they can. For that lasting presence, also called ecclesiastic presention, are according to some men professionals 'indispensable'. For them it is asked to much for the volunteers to have to work in the districts alone. And actually it is well so, only one person can not do all that work, but in mutual cooperation of the church members it can be made possible. Together all members can, under a particular leadership, spend attention at the problems in districts and at the role belief can play in municipalities to improvement of those problems.
The approach, understandings and methods of the Christian Community can furnish a contribution at a harmonious society and promote the luck and welfare of so much possible living beings.
The hospitality of the church community has to stretch further than the table of the Lord by which all baptised are welcome but all the others should also feel welcome to become partners to a wonderful event.
Were former parishioners quite narrowly concerned on the ecclesiastic life, now it is difficult to find volunteers and people eager to help to construct the parish community. Many men can find no time to invest themselves with activities in the church community. For them, the financial contribution appears the easiest manner to support the church community.
However, when you are really interested in belief, you can not escape to fix your relation to the developments in the church community. Everybody on this earth must come till selfresearch. Asking yourself question about faith and in what you want to belief. What will I do with my belief, for what do I need the church community and which contribution can I furnish to that church community? Because belief and church are not obviously any more, it is difficult to find answers to all those questions.
Therefore it is fine that in the history of men examples can be found of women and men that can help us to find our own way. Women and men that have a particular meaning because of the way they lived. They can help us to find the direction in which we can find answers on our life questions.
God needs men. He needed Jesus of Nazareth. But especially also: he needs us to give the love hands and feet. In our actions Gods Light can break through. Besides, this is what Jesus wants from his followers, that they spread or carry out the gospel further but also that indispensable love. Each other giving life ... that can we! That we do by stepping out of our own silly little world and to give each other attention, to take each other serious and listening to each other's stories and urges. By letting each other feel: I want to commit to you. By coming together on particular places so that every believer is able to carry out his faith and also can be of support and anchor for others. The social contact that there can be given is in the commune of that belief group then becomes of very big importance. That is a not a neglect-able contribution.
In bepaalde kerken wordt er op gerekend dat de leden van de kerkgemeenschap uit eigen overtuiging vrijwillig een tiende (tithe) van hun loon of inkomsten afstaan aan de kerkgemeenschap, zo dat de kosten van de kerkgemeenschap of congregatie kunnen gedekt worden. Bij sommige kerken wordt dit (tithing) zelfs als iets vanzelfsprekend gezien en kan men eigenlijk niet meer van een vrijwillige bijdrage spreken maar van een heffing op het inkomen. Deze heffing of 'Tiende' wordt dan gebruikt om de priesters, pastors, dominees of predikers en het religieus establishment te ondersteunen.
Andere kerken zeggen dat de bediening van de sacramenten gratis is bij hen maar vragen van de aanvragers een bijdrage (met richtprijs) om de onkosten van hun pastoraal en diaconaal werk te dragen. Volgens hen mogen de richtprijzen echter geen beletsel zijn om een viering aan te vragen. Ze zijn voor mensen die leven van een laag inkomen altijd bespreekbaar. Deze methode kan de mensen een gerust gevoel geven dat zij niet bedelen maar ook een idee geven hoeveel zij zouden kunnen bijdragen om niet te weinig te moeten geven. Het kan de aanvragers aldus een zekere vorm van gemoedsrust geven.
In sommige protestantse kerken wordt er ook gewerkt met collectebonnen die ofwel bezorgd worden aan de kerkleden of die voor iedere bezoeker aan de kerk klaar liggen bij het koffiebuffet in de kerk. Bij anderen ligt er daar een envelop waar de kerkgangers dan hun geldelijke bijdragen in kunnen stoppen.
De ons meest geschikte vorm voor financiële bijdrage is van achter of op een onopvallend plekje en collectebus of mandje waar iedereen die wenst, onopvallend een vrijwillige financiële schenking kan doen.
Bijdragen hoeven echter niet enkel op financieel vlak te liggen. Men kan ook bijdragen leveren door werk in de kerkgemeenschap te verrichten. Het voorzien van bloemen, zaalversiering, proper houden van de gemeenschappelijke lokalen, voorzien van de versnaperingen voor na de dienst, enz. geven allerlei activiteiten die ook in de gemeenschap moeten verricht worden en waar men hoofdzakelijk moet rekenen op vrijwillige medewerkers.
De bijdrage kan aldus een bevordering zijn tot het welzijn van de gemeenschap. Ook kunnen bijdragen mogelijkheden creëren om nieuwe dingen te doen ontstaan.
Maar ook door giften binnen de kerkgemeenschap kan de ecclesia of parochie op haar beurt dan weer bijdragen tot de leefgemeenschap, het dorp of woonomgeving. Kerken hebben een lange traditie in het zich vertonen in de burgerlijke leefgemeenschap. In de Angelsaksische landen is het gewoonte dat kerken allerlei volksactiviteiten doorheen het jaar aanbieden. In onze contreien komt dat niet zo veel voor, buiten bij de katholieke kerk de verhuring van de parochiehuizen waar dan allerlei eetfestijnen en andere zaken worden aangeboden om de mensen in het lokaal te ontmoeten. Ook valt het op dat het de kerken zijn die in de oude wijken blijven als andere organisaties al zijn vertrokken. Zij proberen daar ter beschikking te zijn voor de behoeftigen en hulp te bieden waar het kan. Voor die blijvende aanwezigheid, ook wel kerkelijke presentie genoemd, zijn volgens sommige mensen beroepskrachten 'onontbeerlijk'. Voor hen is het voor vrijwilligers te veel gevraagd om het werk in de wijken alleen te moeten uitvoeren. En eigenlijk is dat wel zo, alleen kan men dat niet aan, maar in onderlinge samenwerking van de kerkleden zou dat wel mogelijk kunnen gemaakt worden. Samen kunnen alle leden onder een bepaalde leiding aandacht besteden aan de problemen in wijken en de rol die de geloofsgemeentes kunnen spelen ter verbetering van die problemen.
De benadering, inzichten en methodes van de Christen Gemeenschap kunnen een bijdrage leveren aan een harmonische samenleving en het geluk en welzijn bevorderen van zo veel mogelijk levende wezens.
De gastvrijheid van de kerkgemeenschap hoort zich zich verder uit te strekken tot aan de tafel van de Heer waarbij alle gedoopten welkom zijn maar de anderen zich ook welkom voelen om samen deelgenoot te zijn van een wonderbare gebeurtenis.
Waren vroeger parochianen heel nauw betrokken op het kerkelijk leven, nu is het moeilijk om vrijwilligers en vrijwilligsters te vinden. Veel mensen kunnen geen tijd vinden om zelf met activiteiten in de kerkgemeenschap te investeren. Voor hen lijkt de financiële bijdrage de makkelijkste manier om de kerkgemeenschap te steunen.
Wanneer je evenwel geïnteresseerd bent in geloof, ontkom je er echter niet aan om je verhouding tot de ontwikkelingen in de kerkgemeenschap te bepalen. Iedereen op deze aarde moet tot zelfonderzoek komen. Jezelf vragen gaan stellen: waar geloof ík in, wat wil ík met mijn geloof, waarvoor heb ík de kerkgemeenschap nodig en welke bijdrage kan ík aan die kerkgemeenschap leveren? Omdat geloof en kerk niet vanzelfsprekend meer zijn, is het ook zo moeilijk om een antwoord op deze vragen te vinden.
Daarom is het fijn dat er in de mensengeschiedenis voorbeelden te vinden zijn van vrouwen en mannen die ons kunnen helpen om onze eigen weg te vinden. Vrouwen en mannen die een bijzondere betekenis hebben vanwege de manier waarop zij geleefd hebben. Zij kunnen ons helpen om de richting te vinden waarin wij antwoorden kunnen vinden op onze levensvragen.
Voor kleine kleine geloofsgemeenschappen, vooral al zij niet gedragen worden door institutionele kerken, is het veel moeilijker om overeind te kunnen blijven en om de kosten aan te kunnen. Doordat zij reeds op veel minder middelen beroep kunnen doen zijn zij enorm beperkt in de uitdraging van hun geloof en in de kenbaarmaking van hun geloofsgemeenschap.
De onderlinge verbondenheid tussen mensen in de kleine geloofsgemeenschap kan zeker blijven - hoe klein in aantal de gemeenschap ook is, als deze op waar geloof is gebouwd. Het komt er dan op aan dat de kleine groep van mensen enthousiast kan blijven en dat zij steeds blijven zoeken naar vormen van samen-kerk-zijn die passen bij hun gemeenschap.