Wednesday, 27 October 2010

Parochie

Parochie: Parish


ME Parroche paroisse fr L parochia fr LGk paroika fr paroikos Christian (fr Gk stranger, fr par para + oikos house) fr the early Christians looking upon themselves as strangers on earth, their real home being the Kingdom of God.
The ecclesiastical unit of area committed to one pastor; the local church community; a portion of diocese committed to the pastoral care of the clergyman. A district having its own church and minister or priest.




For the first Christians the parish was the house where the 'foreigners' came together.  They looked at themselves as foreigners who stayed here on this earth as temporary residences, or getting this earth in loan, until they could enter the Kingdom of God.

In the Roman catholic Catholic Church the parish became the ecclesiastic order that constitutes part of a diocese, about which a priest has been appointed.
By some protestant groups, it is the ecclesiastic municipality or the church community or congregation.  Also the association is named in the Netherlands once in a while  briefly 'the Soos'. 

By several Biblestudents one speaks more of the church community or ecclesia, by which the inhabitants of a larger territory are meant, that belong to a particular group, or follow their service  in a particular house or church or temple, considered being part of that ecclesia.

In general we can say that it is the independent ecclesiastic municipality of a denomination, under a priest, pastor or minister, which mostly forms a part of a large town or a city- municipality with a separate preacher. 

The parish transforms then the ecclesiastic territory, by the R. Catholic Church as a division of a diocese, about which a priest or legal person is appointed, there, on the order of the bishop, to take care of the soul-service.  This priest becomes named priest, pastor or minister .  The priest and its co-helpers (curates in the Catholic Church) (Elders in protestant communities) form together the parish-ministers, parish clergy or parish-elders. The Roman Catholics, that in a particular Parish have their domicile or seemingly domicilie, are the parishioners; they must turn to for their clergyman matters to the priest of the Parish. 

To set up a Parish for the Roman Catholics , change or to cancel it can only be done by the local ordinarius (the bishop of the diocees).  In the Mission, this church resort seemingly-Parish (quasi-Parish) is than  a part of an Apostolic vicariate or prefecture (Apostolic vicaris and Apostolic prefect). 



The parish Church is then that church, that has been built for a particular parish in which the religious service shall be held, and the parishioners be administered the sacraments  (baptism, marriage, etc.) and their funerals are held.




Voor de eerste Christenen was de parochie het huis van de vreemdelingen waar samen gekomen werd. Zij aanzagen zichzelf als vreemdelingen die hier voorlopig verblijven, of de aarde in leen krijgen, tot zij het Koninkrijk van God kunnen binnen gaan.

In de Rooms Katholieke Kerk werd de parochie het kerkelijk gebied dat deel  uitmaakt van een bisdom, waarover een pastoor is aangesteld.
Bij sommige protestantse groepen is het de kerkelijke gemeente of geeft het de kerkgemeenschap of congregatie weer. Ook wordt het wel eens de sociëteit genoemd of in Nederland kortweg 'de Soos'.

Bij verscheiden Bijbelstudenten spreekt men eerder van de kerkgemeenschap of ecclesia, waarbij de bewoners van een groter gebied die bij een bepaalde groep behoren of hun dienst volgen in een bepaald huis of kerkgebouw of tempel, dan als behorende tot die ecclesia worden beschouwd.



Algemeen zou men kunnen zeggen dat het de zelfstandige kerkelijke gemeente is van een denominatie, onder een pastoor, pastor of dominee, welk meestal slechts een deel van een grote dorps of stadsgemeente met een aparte predikant vormt.

De parochie vormt dan het kerkelijk gebied, bij de R.Katholieke Kerk deel van een bisdom, waarover een priester of juridische persoon is aangesteld, om er, in opdracht van de bisschop, de zielzorg uit te oefenen. Deze priester wordt pastoor, pastor of dominee genoemd. De pastoor en zijn medehelpers (kapelaans in de Katholieke Kerk) (Ouderlingen in protestantse gemeenschappen) vormen tezamen de parochie-geestelijken of parochie-oversten. De katholieken, die in een bepaalde Parochie hun domicilie of quasi domicilie hebben, zijn de parochianen; zij moeten zich voor hun geestelijke aangelegenheden tot de pastoor van de Parochie wenden.

Een Parochie voor de Katholieken oprichten, veranderen of opheffen kan slechts de plaatselijke ordinarius (de bisschop van het diocees).
In de Missie heet dit kerkressort quasi-Parochie, een onderdeel van een Apostolisch vicariaat of prefectuur (Apostolisch vicaris en Apostolisch prefect).

De Parochiekerk is dan die kerk die voor een bepaalde parochie gebouwd is,  waarin de godsdienstoefeningen worden gehouden en de parochianen de sacramenten worden toegediend (doopsel, huwelijk, etc.) en hun uitvaart wordt gehouden.


+

kerkdorp, kerkgemeenschap, binnen-/buiten-parochie, filiaalkerk, dochterkerk