Friday, 25 October 2013

Paustoespraak voor de Raad voor de nieuwe evangelisatie

Paus Franciscus, uit zijn toespraak tot de deelnemers aan de algemene vergadering van de raad voor de nieuwe evangelisatie. Sala Clementina

Geliefde broers en zussen,

Ik groet jullie allen en dank jullie voor wat je doet in dienst van de nieuwe evangelisatie en voor het werk in dit Jaar van het geloof. Van harte dank! Wat ik jullie vandaag wil zeggen kan je in drie punten samenvatten: eerste plaats aan het getuigenis; dringendheid naar de ander toe te gaan; pastoraal project gericht op het wezenlijke.

1. In onze tijd tref je veelvuldig een houding van onverschilligheid aan tegenover het geloof. Men hecht er niet langer belang aan voor het leven van de mens. Nieuwe evangelisatie wil zeggen in het hart en in de geest van onze tijdgenoten het geloofsleven wakker maken. Het geloof is een gave van God. Maar het is belangrijk dat wij christenen tonen dat we op concrete wijze het geloof beleven door de liefde, de eendracht, de vreugde, het lijden, want dit roept vragen op zoals bij de aanvang van de weg van de Kerk: waarom leven ze op die wijze? Wat drijft hen? Het zijn vragen die naar het hart van de evangelisatie voeren en dat is het getuigenis van het geloof en van de naastenliefde. Wat we, vooral in deze tijd, nodig hebben zijn geloofwaardige getuigenissen die, door het leven en het woord, het Evangelie zichtbaar maken, de aantrekkingskracht van Jezus Christus en van de schoonheid van God opwekken.

Veel mensen hebben zich van de Kerk verwijderd. Het is verkeerd de schuld op de een of op de andere kant af te wentelen. Meer nog, men moet in dit geval niet spreken over schuld. Er zijn verantwoordelijkheden in de geschiedenis van de Kerk en van haar mensen en er zijn er ook bij bepaalde ideologieën en bij individuele personen. Als kinderen van de Kerk moeten we verder de weg volgen van het Tweede Vaticaans Concilie. Ons ontdoen van overbodige en schadelijke zaken, van valse wereldse zekerheden die de Kerk bezwaren en haar gelaat beschadigen.

Er is nood aan christenen die voor de mensen van vandaag de barmhartigheid van God, zijn tederheid voor elk schepsel, zichtbaar maken. We weten allen dat de crisis van de mensheid vandaag niet oppervlakkig is, ze is diep. Daarom kan de nieuwe evangelisatie, omdat ze oproept om tegen de stroom in te gaan, zich van de afgoden af te keren naar de enige ware God, niet anders dan de taal van de barmhartigheid gebruiken eerder nog door daden en houdingen dan door woorden. Te midden van de mensheid van vandaag zegt de Kerk: kom naar Jezus, jullie allemaal, die uitgeput en onderdrukt zijn en jullie zullen rust voor jullie zielen vinden (cfr Mt 11, 28-30). Kom naar Jezus, alleen Hij heeft woorden van eeuwig leven.

Groot dooiermos op een graf op het Rooms-katho...
Groot dooiermos op een graf op het Rooms-katholieke kerkhof te Zwolle. (Photo credit: Wikipedia)
Elke gedoopte is “christofoor”, drager van Christus zoals de oude heilige Vaders zegden. Wie Christus ontmoet heeft, zoals de Samaritaanse bij de put, kan deze ervaring niet voor zich houden, maar voelt het verlangen ze te delen, om anderen naar Jezus te brengen (cfr. Joh 4). We moeten ons allen de vraag stellen of wie ons ontmoet, in ons leven de warmte van het geloof waarneemt, op ons gelaat de vreugde ziet omdat we Christus ontmoet hebben!

2. We gaan over naar het volgende element: de ontmoeting, er op uittrekken om de andere te ontmoeten. De nieuwe evangelisatie is een hernieuwde beweging naar wie het geloof en de diepe zin van het leven verloren heeft. Dit dynamisme maakt deel uit van de grote zending van Christus om het leven aan de wereld te brengen, de liefde van de Vader voor de mensheid. De Zoon van God heeft zijn goddelijke staat “verlaten” en is ons tegemoet gekomen. De Kerk staat binnenin deze beweging. Elke christen is geroepen om naar de andere te gaan, om tot gesprek te komen met hen die niet denken zoals wij, met hen die een ander geloof hebben, of die geen geloof hebben. Allen ontmoeten, want ons allen is gemeenschappelijk dat we naar het beeld en de gelijkenis van God geschapen zijn. We kunnen allen tegemoet treden, zonder vrees en zonder ons lidmaatschap te verloochenen.

Niemand is uitgesloten van de hoop op leven, van de liefde van God. De Kerk wordt gezonden om overal deze hoop te wekken, vooral daar waar ze gewurgd wordt door moeilijke, soms onmenselijke levensomstandigheden, daar waar ze niet ademt, stikt ze. Er is nood aan de zuurstof van het Evangelie, aan de adem van de Geest van de Verrezen Christus die de hoop in de harten weer ontsteekt. De Kerk is het huis waarvan de deuren altijd openstaan niet alleen opdat elkeen er onthaal zou vinden en liefde en hoop kan inademen, maar ook opdat wij naar buiten zouden kunnen om die liefde en die hoop uit te dragen. De Heilige Geest vuurt ons aan om onze omheining te verlaten en leidt ons tot aan de buitenwijken van de mensheid.

3. Dit alles wordt in de Kerk niet aan het toeval, aan improvisatie overgelaten. Het vraagt om een gezamenlijke inzet voor een pastoraal project dat het wezenlijke oproept en dat goed georiënteerd moet zijn op het wezenlijke namelijk op Jezus Christus. Het baat niet zich in veel bijkomstige en overbodige zaken te verliezen. Het komt erop aan zich toe te spitsen op de fundamentele werkelijkheid, dat is de ontmoeting met Christus, met zijn barmhartigheid, met zijn liefde en met het beminnen van de broers zoals Hij ons heeft liefgehad. Een ontmoeting met Christus is ook aanbidding, een woord dat zelden gebruikt wordt: Christus aanbidden. Een project bezield door de creativiteit en de fantasie van de Heilige Geest die ons dringt ook nieuwe wegen te gaan, met moed en zonder te verstarren. We zouden ons de vraag kunnen stellen: hoe is de pastoraal van onze bisdommen en parochies? Brengt die het wezenlijke aan het licht, met name Jezus Christus? Gaan de verschillende ervaringen en eigenheden samen in de verstandhouding die de Heilige Geest schenkt? Of is onze pastoraal versnipperd, onsamenhangend, waardoor uiteindelijk iedereen zijns weegs gaat?

In deze context zou ik het belang willen onderlijnen van de catechese, als moment van evangelisatie. Paus Paulus VI heeft dat al gedaan in Evangelii nuntiandi (cfr n. 44). Sindsdien heeft de grote catechetische beweging een vernieuwing doorgevoerd om de breuk te overbruggen tussen Evangelie en cultuur en het hedendaags analfabetisme inzake geloof. Ik heb reeds herhaaldelijk een feit aangehaald dat op mij, tijdens mijn pastoraal dienstwerk, sterke indruk heeft gemaakt: kinderen te ontmoeten die niet eens het Kruisteken konden maken! In onze steden! Catechisten leveren een kostbare dienst aan de nieuwe evangelisatie. En het is ook belangrijk dat de ouders de eerste catechisten, de eerste opvoeders in het geloof zouden zijn in hun eigen gezin door getuigenis en met het woord.

Dank voor dit bezoek. Fijne werkzaamheden! De Heer zegene jullie en Onze Lieve Vrouw bescherme jullie.

Vertaling: Marcel De Pauw msc
Enhanced by Zemanta