Monday, 16 March 2009

Roeping een dynamisch begrip en blijvende bron van kracht

Moet een predikant innerlijk geroepen worden tot het ambt? Het hebben of het kunnen verhalen van een inwendige roeping is echter geen voorwaarde voor het predikantschap, zo stelt de promovendus. „Roeping is als zodanig een Bijbels begrip, maar er is geen duidelijke theologische structuur aan te geven. Bij het roepingsbesef gaat het om een interpretatie van een ervaring in je eigen leven waarin de mens zich ook kan vergissen, zoals regelmatig is gebleken. Aan de ene kant blijkt dat velen zich door God Zelf tot het predikantschap geroepen weten, aan de andere kant voelt zich lang niet iedereen door God geroepen tot het predikantschap.” zegt Ds. Van Holten, hervormd predikant in Wezep, die een proefschrift aflegt over het ambt van predikant.

Ds. Van Holten promoveerde vrijdag in Kampen op het proefschrift ”Rol & roeping. Een praktisch-theologisch onderzoek naar de rolopvatting van aanstaande, beginnende en oudere predikanten gerelateerd aan hun roepingbegrip” (uitg. Boekencentrum, Zoetermeer). Daarin onderzoekt hij de verhouding tussen roepingsbesef en rolopvatting. Het eerste draagt een spiritueel karakter, het ander begeeft zich op het terrein van de sociale wetenschappen.

De promovendus maakt een onderscheid tussen rolopvatting en taakopvatting. De eerste is duidelijk: de predikant ziet zichzelf als herder en leraar die zich dient te concentreren op het pastoraat, de prediking en de catechese. Het tweede blijft voor predikanten echter vaak onduidelijk. „Predikanten lopen aan tegen onderdelen van hun werk waarvan ze zich afvragen of die nu tot het beroepseigene behoren of dat ze wellicht ook door anderen gedaan kunnen worden.”

Predikanten lijken minder besef van hun roeping te hebben naarmate ze langer in het ambt staan. Ze gaan theologie studeren uit roeping, maar de betekenis hiervan voor de rolopvatting verdwijnt snel. Roeping is voor mij dan ook een dynamisch begrip: zij zegt ook iets over de vraag waartóé je je geroepen weet.”

Ds. Van Holten wijst op het docentschap of hoogleraarschap waarvoor ervaring als predikant voorwaarde is. Calvijn beschouwde het doctorsambt als het vierde ambt. Ds. Van Holten: „Ik zie steeds vaker collega’s de zending in gaan of evangelisatiepredikant worden. Dat kan voortkomen uit een behoefte iets anders te doen. Predikanten willen dan bijvoorbeeld niet tot hun 65e hun werk in de gemeente doen. Dat neemt niet weg dat er ook predikanten zijn die na een periode van algemene dienst weer terugkeren in de gemeente.”

Het is volgens ds. Van Holten van belang de roeping minder te zien als aanleiding tot het ambt dan als een blijvende bron van kracht voor het huidige werk van de predikant. „Predikanten bevinden zich vaak in een crisis omdat ze hard werken maar weinig effecten zien, ja, zelfs dat ondanks alles de kerk leegloopt. Ze hebben het gevoel dat ze alleen maar op de winkel passen, vanuit het besef te redden wat er te redden valt.”

Daarom benadrukt ds. Van Holten het belang van goed leiderschap. „Leiderschap is wat anders dan besturen van de gemeente en op de winkel passen. Voor het maken van een preek en het verrichten van pastoraal bezoek heb je geen roepingsbesef nodig. Wel ontdek je je roeping in de manier waarop je bezig bent. Leiderschap wil zeggen dat je reflecteert op je eigen bezig zijn. Roepingsbesef kan dan stimulerend werken en motiveren.”

Enhanced by Zemanta