Friday, 27 March 2009

Strijd leveren

English version > Running the battle


“Als u ten strijde trekt tegen de vijand en u stuit op een overmacht, met paarden en strijdwagens, wees dan niet bang, want de HEER, uw God, die u uit Egypte heeft weggeleid, staat u bij.” (De 20:1 Nbv)
“Dan zal iedereen hier beseffen dat de HEER geen zwaard of lans nodig heeft om te overwinnen, want hij is degene die de uitslag van de strijd bepaalt en hij zal jullie aan ons uitleveren.’” (1Sa 17:47 Nbv)
“Jullie hoeven in deze strijd geen slag te leveren. Wacht rustig af, dan zullen jullie zien hoe de HEER, die jullie, Juda en Jeruzalem, bijstaat, voor jullie de overwinning behaalt. Jullie hoeven nergens bang voor te zijn. Ga hun morgen tegemoet, de HEER staat jullie bij.’” (2Kr 20:17 Nbv)
“Trek zelf ten strijde en vecht zo hard u kunt, anders zal God u het onderspit laten delven. God bezit immers de macht om u te helpen, maar ook om u ten val te brengen.’” (2Kr 25:8 Nbv)
“(55:19) Hij zal mij verlossen en in veiligheid brengen, mijn vijanden zal hij afweren, al zijn ze met velen tegen mij.” (Ps 55:18 Nbv)
“(140:8) HEER, mijn God, machtige redder, u beschermt mij op de dag van de strijd.” (Ps 140:7 Nbv)
“Het paard wordt gereedgemaakt voor de strijd, de overwinning hangt af van de HEER.” (Spr 21:31 Nbv)
“Ik heb onder de zon opnieuw gezien dat niet altijd een snelle hardloper de wedloop wint, een sterke held de oorlog, dat hij die wijs is niet altijd zijn brood heeft, en hij die inzicht heeft de rijkdom, hij die bekwaam is het respect. Zij allen zijn afhankelijk van tijd en toeval.” (Pre 9:11 Nbv)
“(2:20) Op die dag sluit ik voor mijn kinderen een verbond met de dieren van het veld en met alles wat vliegt en kruipt. Ik maak een einde aan het geweld van boog en zwaard in hun land, zodat ze in rust en vrede kunnen leven.” (Hos 2:18 Nbv)
“‘Ik kom onverwacht als een dief!’ Gelukkig is wie wakker blijft en zijn kleren aanhoudt: hij hoeft niet naakt rond te lopen en zich voor iedereen te schamen.” (Opb 16:15 Nbv)
“Dan gaat hij eropuit om de volken aan de vier hoeken van de aarde, Gog en Magog, te misleiden. Hij brengt hen voor de strijd bijeen, een menigte zo talrijk als zandkorrels aan de zee.” (Opb 20:8 Nbv)