Thursday, 19 March 2009

Tweede Calvijn-debat

Tijdens een debatavond over de intolerante Calvijn, dinsdagavond in Rotterdam door 550 mensen bezocht, vonden de sprekers dat Calvijn recht gedaan moet worden in zijn tijd. "Wie vanuit hedendaagse opvattingen Calvijn beoordeelt, maakt zich schuldig aan anachronisme.” Dit meldt het Reformatorisch Dagblad.

SGP-Tweede Kamerlid Van der Staaij zag bij Calvijn een goede voedingsbodem voor tolerantie, mede door erkenning van burgerlijke vrijheden en machtenscheiding. "Calvijn bepleitte geen oeverloze tolerantie. Wel was hij jurist en realist genoeg om wetgevers ruimte en flexibiliteit te bieden."


Het viel Van der Staaij op dat christelijke politici wordt verweten "sterke opvattingen van goed en kwaad"  te hebben, maar liberalen hebben die ook, "alleen zij verstoppen ze als neutraal. Vroeger was tolerantie begrensd door algemene waarden van het christendom, waar toch ook de VVD uit is voortgekomen. Liberalen houden nu alleen de seculiere opvatting over goed en kwaad als norm over."


Belangrijker dan de vraag naar de tolerantie van Calvijn is de vraag naar de huidige tolerantie voor Calvijn, betoogde Kees van der Staaij dinsdag op de Calvijndebatavond in Rotterdam.

...

Wie betoogt dat er een rechte lijn loopt van Calvijn naar een totalitaire intolerantie, slaat de plank mis. Daarentegen zijn er juist wezenlijke elementen in zijn staatkundige opvattingen die een goede voedingsbodem vormen voor gezonde tolerantie, voor de erkenning van burgerlijke vrijheden en rechten en voor scheiding van de machten. Voorbeelden daarvan zijn Calvijns nadruk op de dienstbaarheid van de overheid, de onderscheiden positie van kerk en staat, de erkenning van het individuele geweten en het vrijwillig dienen van God met het hart.

In de praktijk blijkt Calvijn ook steeds oog te hebben voor de menselijke maat. Dat is de tolerante Calvijn die gematigdheid tegenover rigorisme stelt. Zo waarschuwt hij overheden niet alleen voor slappe toegeeflijkheid, maar ook voor overmatige strengheid, die meer verwondt dan geneest.

...

Calvijn was geen pleitbezorger van oeverloze tolerantie. Wel was hij jurist en realist genoeg om aan wetgevers al op voorhand ruimte en flexibiliteit te bieden. Wetten konden en mochten variëren. De wetten van Mozes waren niet door God gegeven om automatisch te kopiëren naar alle tijden en plaatsen.

Maar dat lag anders voor de Tien Geboden. Die zijn universeel. De overheid is gebonden aan de beide tafels van de wet. Tolerantie voor zaken die daarmee lijnrecht in strijd zijn, is uit den boze. De soevereiniteit van God, de autoriteit van Gods Woord, de gerichtheid op Zijn eer – dat zijn de drie grondpijlers waarop Calvijns staatkundige opvattingen rusten.

Alles moet Hem eren! Wie deze notie terzijde schuift door een politiek van „aanpassen en coaliseren”, leeft niet meer vanuit calvinistisch beginsel, zo waarschuwde de staatkundig gereformeerde voorman ds. G. H. Kersten eens. En met recht!

De mozaïsche wetgeving was niet door God gegeven om automatisch te kopiëren naar alle tijden en plaatsen, maar de Tien Geboden zijn wel universeel. "De overheid is gebonden aan de beide tafels van de wet. Tolerantie voor alles wat daarmee lijnrecht in strijd is, is uit de boze. De soevereiniteit van God, de autoriteit van Gods Woord, de gerichtheid op Zijn eer – dat zijn de drie grondpijlers waarop Calvijns staatsleer rusten."

...

Er is een groeiende intolerantie voor alles wat niet spoort met de hedendaagse seculiere tolerantiemaat. Iedereen die zich niet onverkort houdt aan de drie-eenheid van een strikte scheiding van geloof en staat, een volstrekt gelijke behandeling van mannen en vrouwen en een rigide gelijkstelling van homo’s en heteroseksuelen, krijgt te maken met eigentijdse libertijnse heksenjachten en brandstapels.

We kunnen Calvijn wel anachronistisch de tolerantiemaat nemen, maar belangwekkender dan de vraag naar de tolerantie van Calvijn is de vraag naar de actuele tolerantie voor Calvijn!



bron: Reformatorisch Dagblad