Thursday, 31 December 2009

Lucas 21, 25-36 toegelicht door Augustinus

“t En er zullen tekenen zijn in zon, maan en sterren en op de aarde [zal] radeloze benauwdheid [zijn] onder de heidenen vanwege het bulderen van zee en golven. En het hart van de mensen zal bezwijken van angstige verwachting van de dingen die de bewoonde wereld zullen overkomen, want de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden. u En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid. Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden, kijk dan omhoog en hef uw hoofd op, v omdat uw verlossing nabij is. w En Hij sprak tot hen een gelijkenis: Kijk naar de vijgenboom en naar alle bomen. Zodra ze uitlopen en u [dat] ziet, weet u uit uzelf dat de zomer al nabij is. Zo ook u, wanneer u deze dingen zult zien geschieden, weet [dan] dat het Koninkrijk van God nabij is. Voorwaar Ik zeg u dat dit geslacht zeker niet voorbij zal gaan, totdat alles gebeurd is. x De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen beslist niet voorbijgaan. y Wees op uw hoede dat uw hart niet op enig moment bezwaard wordt door roes en dronkenschap en door bezorgdheid om de alledaagse dingen, en dat die dag u niet onverwachts overvalt. z Want als een klapnet zal hij komen over allen die op het oppervlak van de hele aarde wonen. a Waak dan te allen tijde en bid dat u waardig geacht zult worden om al die dingen die gebeuren zullen, te ontvluchten, en om te kunnen bestaan voor de Zoon des mensen.” (Lu 21:25-36 HSVNTPS)



Lucas 21, 25-36 toegelicht door Augustinus


"Vindt u het vreemd dat de wereld ten ondergaat?" vraagt de Heer. "U kunt het beter vreemd vinden dat de wereld nog zo oud is geworden. De wereld is als de mens: een mens wordt geboren, groeit op en wordt oud. Als hij oud is, heeft hij een hele hoop lichamelijke klachten: hij moet hoesten, hij is verkouden, zijn ogen zijn ontstoken, hij is erg bezig met zijn gezondheid en is gauw moe. Als een mens oud is, zit hij dus vol klachten. Als de wereld oud is, staat ze zwaar onder druk."

Heeft God u soms niet genoeg gegeven door u, hoewel de wereld al zo oud is, Christus te sturen om u te verkwikken terwijl alles ten onder gaat? U weet toch dat Hij dat al heeft aangeduid in de nakomeling van Abraham? "En die nakomeling is Christus," zegt Paulus. Het woord nakomeling staat in het enkelvoud, niet in het meervoud: en aan uw nakomeling en die nakomeling is Christus. (Gal 3,16) Hoewel Abraham al oud was, is hem een zoon geboren. Dat betekent natuurlijk dat Christus pas zou komen, als de wereld een hoge ouderdom had bereikt. Hij kwam toen alles oud was geworden, en Hij maakte u nieuw. (...) Blijf u niet vastklampen aan een oude wereld (Js 43,18), word jong in Christus! Dat is wat u moet willen. Christus zegt tegen u: "De wereld gaat verloren, de wereld wordt oud, de wereld gaat ten onder, zij wordt geplaagd door de kortademigheid die bij de ouderdom hoort. Maar wees niet bang, uw jeugd wordt vernieuwd als die van een arend." (Ps 103,5)