Tuesday, 13 September 2011

Lezen wat er staat geschreven

Betreft betrouwbaarheid van de Heilige Geschriften is er in voorgaande tekst op gewezen dat wij de geestelijke geschriften moeten vergelijken met de wereldse. Dit houdt ook in dat wij moeten nagaan of datgene wat sommige beweren dat in de Heilige Schrift staat ook werkelijk daar staat. Veelvuldig zal men kunnen merken dat er wereldse schrijvers iets beweren dat  in de Bijbel staat dat er helemaal niet zo in staat als zij doen uitschijnen.

Het meest frappante voorbeeld is over de meest besproken figuur uit de Heilige Schrift.Namelijk Jezus van Nazareth die de Christus Messias werd genoemd. Zelfs kerkelijke schrijvers hebben over die persoon verschillende visies welke meestal gestoeld zijn op menselijke denkbeelden die niet in overeenstemming zijn met de Canonieke Boeken die deel uitmaken van de Heilige Schrift, de Bijbel, welke wij als het Woord van God aanschouwen.

Beweren dat Jezus niet bestaan heeft is een fabeltje dat wij naar de sprookjeswereld kunne zenden. Maar die man die sterk in het vertellen van fabels, vergelijkingen of gelijkenissen was wordt eveneens dikwijls vergeleken met een figuur die hij helemaal niet was. Zelfs in het Christendom is het schering en inslag om deze menselijke figuur niet enkel met een goddelijk figuur te vergelijken maar zelfs te benoemen tot God.

Verscheidene kerkvaders zijn verder gaan voortborduren op toegevingen die naar de Romeinen waren gemaakt in de vroege eeuwen na Christus. Namelijk hadden de kerkleiders de mogelijkheid om hun leiderschap te behouden of om vervolgd te worden en een niemand of helemaal niets te worden omdat zij anders gedood zouden worden. Zij verkozen voor een zogezegd lang(er) aards leven, in plaats van een (toch veel langer) geestelijk of eeuwig leven. Men kan zich afvragen of zij dan wel zo goed in dat toekomende leven geloofden. Waren zij toch misschien bang dat hen dat eeuwige leven niet ging toekomen? Wat hun beweegredenen ook mogen zijn, wij kunnen er duidelijk inzien dat zij hun macht wensten te behouden en verkozen om op goede voet te staan met de toenmalige machtshebbers in plaats van met God in het reine te blijven.

Het probleem is echter dat vele mensen hun geschriften tot zich namen, er teksten uithaalden en deze overschreven en verveelvoudigden in andere geschriften. Zo kwamen valse leerstellingen verveelvoudigd in omloop en werden zij veelvuldig als basis genomen om weer nieuwe (valse) stellingen op te bouwen. Van de ene leugen kwam de andere, omdat ook van de ene tegenspraak een andere moest gecreëerd worden om deze te kunnen verantwoorden. zo ontstonden dan ook gezegden welke de mensen onvoorwaardelijk moesten aannemen als waarheden, alhoewel deze niet konden gestaafd worden. De dogmas zagen het levenslicht.

Men heeft meer dan 4000 handschriften van het Nieuwe Testament, of gedeelten ervan die tot op heden bewaard zijn gebleven op papyrus en perkament. Voldoende om die ter hand te nemen en te vergelijken met andere wereldse geschriften van uit die betreffende tijden.

Als men dan daar de teksten over de Nazareen Jezus bekijkt komt men tot heel andere vaststellingen dan de wereldse werken die na de 5de eeuw zijn geschreven, buiten deze die zich hielden aan de Bijbelse Waarheid.

Wereldse schrijvers bevestigen in de eerste en tweede eeuw dat Lukas als begeleider van Paulus het door die laatste verkondigde evangelie in een boek vastgelegd. (Wij gebruiken gelijke woorden als de wereldse schrijvers van toen om u een beeld te geven) Ook werd er geschreven: "Daarna heeft ook Johannes, de discipel des Heren, die ook aan zijn borst lag, ook zelf een evangelie uitgegeven, terwijl hij in Efeze in Klein-Azië verbleef."

Deze wereldse en geestelijke schrijvers hadden Jezus werkelijk mee gemaakt en waren goed op de hoogte wat er reilde en zeilde in die tijd. Bepaalde Joodse schrijvers hadden het moeilijk met die leerstellingen van die jonge man, die dan nog beweerde zoon van God te zijn. Een moeilijk begrip, waarmee vandaag de dag nog zeer veel mensen mee worstelen. Al komt voor hen de beeldverwarring hoofdzakelijk omdat zij meestal de oorspronkelijke (basistekst) niet gelezen hebben of zelfs niet kennen. Meestal gaan zij gewoon af op wat hun kerkelijke leiders hen hebben voorgeschoteld.

Indien veel mensen eens werkelijk die Geschriften onder de loep zouden nemen zouden tot heel andere besluiten komen. Dan zouden zij zo als de wereldse leiders en schrijvers van toen ook Jezus Christus in het ware daglicht kunnen herkennen en zien wie hij beweerde te zijn en wie hij werkelijk was.

Jezus heeft nooit beweerd God te zijn. Ook heeft hij nooit toegestaan dat de mensen tot hem baden of hem verheerlijkten. De enige keer dat hij heeft toegestaan dat hij in zekere zin verheerlijkt werd was als hij op de rug van een ezel als koning door de poorten van Jeruzalem werd gedragen. Dat was op zondag 9 Nisan toen Jezus met zijn discipelen Bethanië had verlaten om over de Olijfberg in de richting van Jeruzalem te gaan. In Bethfage geeft Jezus dan wel de opdracht om de ezelin en haar veulen bij hem te brengen.

Hoewel de discipelen aanvankelijk niet onderscheiden dat deze instructies iets met de vervulling van bijbelse profetieën te maken hebben, beseffen zij dit later wel. De profeet Zacharia had voorzegd dat Gods beloofde Koning Jeruzalem zou binnenrijden op een ezel, "ja, op een volwassen dier, het jong van een ezelin". Koning Salomo was ook op het jong van een ezelin naar zijn zalving gereden.

Als de discipelen Bethfage binnengaan en het veulen en zijn moeder losmaken, zeggen sommigen van degenen die daar staan: "Wat doet gij?" Maar als hun wordt gezegd dat de dieren voor de Heer zijn, staan de mannen de discipelen toe de dieren naar Jezus te brengen. De discipelen leggen hun bovenklederen zowel op de ezelin als op haar jong, maar Jezus gaat op het veulen zitten.

Terwijl Jezus in de richting van Jeruzalem rijdt, wordt de menigte groter. De meeste mensen spreiden hun bovenklederen uit op de weg, terwijl andere takken van de bomen afkappen en ze over de weg uitspreiden. "Gezegend is Hij die komt als de Koning in Jehovah's naam!", roepen zij. "Vrede in de hemel en heerlijkheid in de hoogste hoogten!"

Sommige Farizeeën in de schare zijn ontsteld over wat wordt uitgeroepen en beklagen zich bij Jezus: "Leraar, bestraf uw discipelen." Maar Jezus antwoordt: "Ik zeg u: Indien dezen bleven zwijgen, zouden de stenen het uitroepen."

Als Jezus Jeruzalem nadert, laat hij zijn blik over de stad gaan en begint erover te wenen, terwijl hij zegt: "Indien gij, ja gij, op deze dag de dingen hadt onderscheiden die met vrede te maken hebben - maar nu zijn ze voor uw ogen verborgen." Wegens haar moedwillige ongehoorzaamheid moet Jeruzalem de prijs betalen, zoals Jezus voorzegt:

'Uw vijanden [de Romeinen onder generaal Titus] zullen een versterking rondom u bouwen met puntige palen en u omsingelen en u van alle kanten benauwen, en zij zullen u en uw kinderen in u tegen de grond verpletteren, en zij zullen in u geen steen op de andere laten.' Deze door Jezus voorzegde vernietiging van Jeruzalem vindt 37 jaar later, in het jaar 70 G.T., werkelijk plaats.

Slechts enkele weken voordien hadden velen in de schare gezien hoe Jezus Lazarus opwekte. Nu blijven zij anderen over dat wonder vertellen. Wanneer Jezus dus Jeruzalem binnenkomt, geraakt de hele stad in beroering. "Wie is dit?", willen de mensen weten. En de scharen blijven zeggen: "Dit is de profeet Jezus, uit Nazareth in Galiléa!" Als de Farizeeën zien wat er gebeurt, klagen zij dat zij absoluut niets bereiken. Daarom zeggen zij: "De wereld is hem achternagelopen."

Iedereen in de stad kreeg wel iets te horen over die man, die de laatste jaren zo over hem had laten spreken door zijn vreemde handelingen en woorden. Jood, Heiden, Romein, Griek, Arabier, Aramees of ander, kon zijn commentaar geven over die simpele maar veel besproken persoon. Indien er iets verteld werd dat niet strookte met de gebeurde feiten kon dit makkelijk dadelijk tegengesproken worden.

Jezus zelf laat de menigte weten dat de waarheid uit de kindermond komt en duidt ook op de minder geletterden en zwakkeren in die maatschappij die wel uitroepen:  "Red toch de Zoon van David!".

Jezus roept menigmaal de mensen op om hem te volgen en om dienaren te worden zodat zijn Vader hen zal kunnen eren. Steeds beroept Jezus zich op zijn Vader en raadt hij mensen aan om tot zijn Vader te bidden en Hem alleen te eren.

Toch is het vreemd dat in vele kerken Jezus en ander personen, allerlei soorten heiligen, worden aanbeden en verheerlijkt. Nochtans heeft Jezus hiervoor steeds gewaarschuwd om zich niet tot mensen te wenden.

Voor ons is het daarom belangrijk om goed in te zien wat er werkelijk in de Bijbel staat. Betreft dat ene grote geschil van de vergoddelijking van een mens is het zeer belangrijk om durven de Heilige Schrift vast te nemen, te lezen en te vergelijken met wat er in de wereldse geschriften staat.

Marcus Ampe neemt het Nieuwe Testament, slechts een klein deel van de Bijbel, in ogenschouw om de positie van Jezus toe te lichten. Indien mensen de evangeliën goed zouden lezen kunnen zij al het antwoord vinden over de persoonlijkheid van Jezus.

In Jezus, Heer maar niet God wordt in 22 hoofdstukken aangetoond wat er echt in de Heilige Schrift, het Woord van God, staat.

Zij die beweren dat Jezus God is kunnen best hun Bijbelvertaling die zij meestal gebruiken naast de bespreking leggen en telkens de besproken of aangehaalde evangelieteksten en ander Schriftplaatsen vergelijken. Voor de Christadelphians doet het er neit toe welke Bijbelvertaling u gebruikt, omdat zij geloven dat daar de wonderlijke hand van God ook duidelijk zichtbaar aanwezig is, namelijk dat eender welke vertaling men gebruikt deze ook steeds hetzelfde zegt. Natuurlijk zinspelen zij op de Bijbeltekst zelf en niet op de bijgevoegde menselijke verklaringen. Die laatste worden steeds uit de denkwijze van de denominatie geschreven en zijn daardoor reeds bevooroordeeld of houden rekening met de door hun kerk opgelegde dogmas.

Wij raden u aan de proef op de som te nemen. Ga eens na wat u werkelijk kan vinden wat Jezus over zich zelf zegt. Noteer die zaken en luister er naar.

Als men dan het bovenstaande vernoemde artikel doorneemt zal men kunnen inzien waarom de schrijver er van overtuigd is dat Jezus Christus, Messias, Heer is, maar niet God.
Ook moet men rekening houden met wat er over Jezus was geschreven voor dat hij geboren werd. en met die geboorte begint al het grote verschil met God, die geen geboorte heeft gehad, maar er al altijd is geweest en nooit van het beeld of de wereld zal verdwijnen.
Voor sommige Christenen is het moeilijk aan te nemen dat Jezus een Jood was, maar ook daar vinden wij in de wereldse zo wel als in de geestelijke geschriften voldoende bewijzen van. Zijn bedoeling was ook nooit om een andere godsdienst op te richten. Zo hebben Luther en Calvijn ook nooit gedacht om Lutheranen of Calvinisten te stichten. Terwijl de laatsten zich wel distantieerden van het Joodse geloof heeft Jezus dat nooit gedaan. Wel gaf hij te kennen dat het volgen van hem verdeeldheid zou zaaien. En dat is het minste dat men daarvan kan zeggen. Meerdere godsdienstrichtingen zijn uit de beweging van volgelingen ontstaan en massa's oorlogen zijn gevoerd geworden onder de naam van God en onder de naam van Jezus Christus. Kleine oorlogen kan men ook de strijd noemen die in meerdere gezinnen heeft plaats gevonden als mensen tot andere inzichten of tot de Waarheid zijn gekomen. Het keizen voor God heeft meerdere mensen bepaalde contacten met familieleden doen verminderen en veel vrienden doen verliezen.

Maar het is juist al die tegenstand en de verdere ontwikkeling en blijvendheid die mee kan getuigen van de betrouwbaarheid van het gegeven.

Als men rekening houdt met welke woorden er voor de oorspronkelijke woorden zijn gebruikt kan men verder de zinnen of paragrafen vergelijken met ander Schriftplaatsen en zo tot een goed inzicht komen. Het artikel Jezus Heer kan een goede hulp zijn om tot het besef te komen wie Jezus eigenlijk was en is.

Lees:

Jezus Christus, Messias, Heer, maar niet God


Aanverwante artikelen: