Thursday, 15 November 2012

Twee soorten mensen

Deze weken worden in meerdere kerkgemeenschappen gesprekken gevoerd over de dood van mensen. In de Belgische ecclesia schonk men de afgelopen dagen aandacht aan de slachtoffers van de eerste wereld oorlog in het bijzonder en keek men naar de slachtoffers van der vele oorlogen wereldwijd, het lijden en de achterblijvers.

Bij die achterblijvers heerst er dikwijls de vraag wat er met die doden gebeurt, waar zij terecht komen en of zij er nog met kunnen praten of heerst de vraag of die doden nu ook nog dingen kunnen doen voor de levenden.

Ook in Lunturen, Nederland, kwam er een landelijke kerkvergadering met ruim 150 afgevaardigden, adviseurs en andere kerkelijke medewerkers van de Protestantse Kerk Nederland (PKN) bijeen voor een paar dagen. Altijd is de agenda overvol en bijna altijd lopen de vergaderingen uit. Maar tussendoor is er toch genoeg tijd om te wandelen in de bossen rond De Werelt. 

Op zaterdag 10 november bogen predikanten, ouderlingen, diakenen, doctoren en professoren over het bezwaarschrift van D. Bokhout uit Haarlem tegen artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB) over het laatste oordeel dat volgens hem niet is gegrond in de Heilige Schrift.

D. Bokhout had een gravamen of ernstig bezwaar uitgebracht waarbij gesteld werd op grond van twee Bijbelteksten (Psalm 65:1-4 en 1 Joh. 2:2) dat het on-Bijbels is dat er in artikel 37 van de NGB gesproken wordt over twee soorten mensen, namelijk zij die behouden worden en zij die verloren gaan.

 “1  Een psalm van David, een lied, voor den opperzangmeester. (65-2) De lofzang is [in] stilheid tot U, o God! in Sion; en U zal de gelofte betaald worden. 2 (65-3) Gij hoort het gebed; tot U zal alle vlees komen. 3 (65-4) Ongerechtige dingen hadden de overhand over mij; [maar] onze overtredingen, die verzoent Gij. 4 (65-5) Welgelukzalig is hij, [dien] Gij verkiest, en doet naderen, dat hij wone in Uw voorhoven; wij zullen verzadigd worden met het goed van Uw huis, [met] het heilige van Uw paleis.” (Ps 65:1-4 STV)

 “En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor [de] [zonden] der gehele wereld.” (1Jo 2:2 STV)

  „Doordat Jezus vrijwillig slachtoffer werd, zijn alle mensen verzoend met God”, aldus Bokhout. Hij vindt dat de synode van de PKN de fout van de synode van Dordrecht (1618-1619) moet herstellen door een aanvullende verklaring op de belijdenis op te stellen.

Volgens Mw. ds. H. A. Smits (Wognum) is de Schrift „niet eenstemmig maar meerduidig” wanneer zij over het laatste oordeel spreekt. Wij vragen ons af  in welke mate ds. D. C. Floor (Ede) de Bijbel duidelijkheid aanschouwt wanneer hij zegt: „In Jezus Christus ligt volkomen zaligheid. Alleen in Hem worden mensen verlost van hun angst voor de hel en vinden ze troost in leven en sterven. Laten we luisteren naar de stem van de Goede Herder, Die Zelf heeft gesproken over de scheiding tussen schapen en bokken bij het laatste oordeel.”

Jezus heeft zoals geschreven staat in de Heilige Schrift zijn leven gegeven voor iedereen, maar volgens meerdere schriftplaatsen moeten de mensen die Genadegave welke van God komt ook aanvaarden eer zij er aanspraak op kunnen maken. Zonder erkenning van Christus zal men weinig of geen kansen maken om in aanmerking te komen om het Koninkrijk van God binnen te gaan, zeker neit als het leven niet aangepast is aan de Wil van God.

Voorzitter ds. A. van Lingen van de commissie die het gravamen van Bokhout heeft bestudeerd, benadrukte dat het afwijzen van het gravamen niet betekent dat er in de kerk geen ruimte is voor Bokhout. „Hij is van harte welkom in onze kerk. Hij mag vinden wat hij vindt.”

Scriba dr. A. J. Plaisier zei namens het moderamen dat het niet de bedoeling is om naar aanleiding van een gravamen synodeuitspraken te doen over de reikwijdte van de verzoening. „We zijn niet geroepen om de hel af te schaffen of zo. Dat is onzinnig. De boodschap van de kerk is de verzoening door Jezus Christus. Dáár zijn we getuigen van. Daar gingen we voor en daar zullen we voor gaan.”

De synode vergaderde ook over de instelling van de functie van een zogenoemde pastor pastorum. Er waren nogal wat synodeleden die een mentor van predikanten een goede optie vonden. Anderen waren juist bang dat zo’n predikant een soort bisschop zou kunnen worden. Uiteindelijk schaarde de meerderheid zich achter het voorstel van het moderamen om het plan voor een pastor pastorum te schrappen. Dr. Plaisier: „Laten we de pastor pastorum nu maar eerbiedig begraven.”

De synode besloot (met drie stemmen tegen) het gravamen van Bokhout niet te erkennen als gegrond in de Heilige Schrift. Ook komt er een nader onderzoek naar de wijze waarop in de toekomst met een gravamen moet worden omgegaan.

Spijtig werd er niet dieper ingegaan op de toestand van de hel of wat de geloofsgemeenschap daar onder wil verstaan. Voor hen is de hel namelijk de plaats van eeuwige marteling en zien zij de verdoemenis niet in als het volledig beëindigen van het leven en de mogelijkheden om nog iets te doen of te betekenen.

Het was voor de laatste maal dat deze synode bij elkaar kwam in zulke een uitgebreide samenstelling. Met ingang van 2013 zal iedere classis nog maar één ambtsdrager afvaardigen in plaats van de twee die sinds 2004 werden afgevaardigd. Wegens noodzakelijke bezuinigingen zal men maar met een 75 leden  ook in de hoop dat het vergaderen met minder mensen vlotter zal gaan verlopen.
Wellicht zal er in een kleine groep, ook al zullen de liederen minder sterk klinken, ook meer ruimte voor het inhoudelijke gesprek zijn.