Monday, 12 January 2009

Vreemdelingschap

De vreemdelingschap, die een christen oproept de wereld en haar begeerten te mijden, is niet strijdig met het vestigen van een theocratie of het bedrijven van christelijke politiek. Dat zei dr. A. Goudriaan donderdag op de tweede dag van de predikantencontio van de Gereformeerde Bond in Doorn.

Christenen in de tijd van de vroege kerk kregen al het verwijt dat ze te veel aan wereldmijding deden. Ook sommige hedendaagse christenen kritiseerden de kerkvaders op dit punt. Goudriaan wees op dominee Tim Keller, die in het Nederlands Dagblad stelde dat het echte doel van een christen niet in de hemel is maar hier op aarde ligt. En prof. Roel Kuiper bestempelde de manier waarop sommige kerkvaders over de staat spreken als ,,kerkelijk isolationisme'' en ,,christelijke wereldmijding''.

Goudriaan, docent patristiek aan de Vrije Universiteit, liet zien dat vreemdelingschap voor de kerkvaders betekende: verzet tegen de zonde, onthechting van aardse goederen en positieve gerichtheid op het dienen van God en het liefhebben van de naaste. Het uitgangspunt is dan Jezus' gebod, dat een christen God lief moet hebben boven alles en de naaste als zichzelf. ,,In die lijn ligt Augustinus' uitspraak dat een waar christen Jezus Christus belangrijker vindt dan alle geoorloofde dingen in de wereld.'' Het vermogen van de vroege kerk om nee te zeggen tegen de zonde in al zijn vertakkingen, houdt aan de kerk anno 2009 een spiegel voor, aldus de VU-docent.

Wat christelijke politiek betreft, wees Goudriaan op de theoloog H. Berkhof. Die ontwaarde ,,momenten van theocratisch besef'' in de verhouding tussen kerk en staat sinds de Romeinse keizer Constantijn, die het christendom verhief tot staatsgodsdienst. ,,Als die observatie terecht was, hield de christelijke vreemdelingschap niet op beleefd te worden. Het liefhebben van God boven alles dat kenmerkend is voor de christelijke vreemdelingschap, is ook de diepste drijfveer voor christelijke politiek.''
Nietzsche

Dr. A. Prosman uit Hoogeveen sprak 's ochtends over de filosoof Nietzsche (1844-1900). Kerk en theologie hebben deze fakkeldrager van het nihilisme, die God dood verklaarde, te veel links laten liggen. Ten onrechte, aldus Prosman, die op Nietzsche promoveerde. De filosoof heeft onze westerse, postmoderne cultuur gestempeld. Nietzsche zette een streep door de gedachte dat er een transcendente macht, een God, zou bestaan: alleen de aardse werkelijkheid telt. Prosman vindt dat Nietzsche de ogen opent voor het belang van een transcendente God. ,,Bij de Bijbelse transcendentie gaat het om de eeuwigheid. Beter gezegd: het gaat om de eeuwige God. Liever nog zeg ik dat het gaat om Gods heerlijkheid. Wat mij bijzonder actueel lijkt, is dat er een tegenwicht moet zijn tegenover alles wat verdwijnt en ten onder gaat. Dat is het medicijn dat onze cultuur nodig heeft.''
 - Nederlands Dagblad  08 januari 2009