Tuesday, 17 February 2009

De boekrol

DE papierindustrie moet wel een van de meest bloeiende industrieën van deze tijd zijn. We worden eenvoudig onder papier bedolven. Reclamedrukwerk komt met kilo's tegelijk onze brievenbus binnen en als we even iets willen noteren moet het al gek gaan, wil er niet ergens een stukje papier in de buurt zijn. Maar er was een tijd dat papier nog niet bestond en de kunst van het drukken nog moest worden uitgevonden. En juist in die tijd werd de Bijbel geschreven.

Toentertijd schreef men op papyrus. Ons woord papier is daarvan afgeleid, maar feitelijk is het iets heel anders. Papyrus werd vervaardigd uit de stengel van de papyrusplant, welke in die dagen veel voorkwam in Egypte. Deze stengels werden in repen gesneden en deze repen werden in de lengte naast elkaar gelegd. Door er een tweede laag dwars overheen te leggen en aan elkaar te 'lijmen', ontstond er een blad. Zo'n blad werd dan nog verder bewerkt, het oppervlak werd glad gemaakt en tenslotte had men iets waar goed op te schrijven was. Nu kan op één blad niet zoveel staan en daarom naaide men vele van deze bladen aan elkaar, zodat er een lange strook ontstond. Zo'n strook werd dan opgerold en vormde zo een 'boekrol' die gemakkelijk op te bergen was. Er zijn in Egypte wel rollen gevonden van 40 meter lang, maar de meeste rollen waren ongeveer 10 meter. Men schreef in kolommen zodat men al lezende geleidelijk aan een kant af en aan de andere kant oprollen kon (zie ook Jeremia 36: 23). Op een rol van 10 meter kan heel wat staan, maar toch geen hele Bijbel (het Oude Testament telt alleen al ca. 1000 bladzijden in onze Bijbels!). Meestal bevatte een rol niet meer dan één boek. Zo lezen we over Jezus in de synagoge te Nazareth: "Hem werd het boek van de profeet Jesaja ter hand gesteld" (Lucas 4: 17). Men beschreef de rol aan de binnenzijde waar de papyrusstroken horizontaal lagen. Alleen wanneer men veel te schrijven had, gebruikte men ook de achterzijde. We komen dit tegen in Ezechiël, waar het volk zo zondigde dat één zijde van de rol niet voldoende was om alle klaagliederen te bevatten (Ezechiël 2:9, I 0).

Wanneer men een boek wilde hebben was daar maar één oplossing voor: ergens heen gaan waar dat boek was en het dan overschrijven. Zo werden van het oorspronkelijke geschrift een aantal kopieën gemaakt, die dan op hun beurt weer gekopieerd werden door anderen, enz. Er ontstonden als het ware 'generaties' van handschriften (omdat alles met de hand geschreven werd noemt men zo een rol 'handschrift' of 'manuscript') die van elkaar 'afstammen'. En het is duidelijk dat als iemand bij het overschrijven ergens een fout maakt, alle volgende 'generaties' diezelfde fout houden. Nu was papyrus niet erg duurzaam. Wanneer men een belangrijk document wilde bewaren stopte men het in een aarden kruik die men luchtdicht afsloot (zie Jeremia 32: 14). Maar toch bestaan er in deze tijd nog maar weinig oude papyrusrollen. Dat betekent dat de oude Bijbel rollen die wij hebben meestal vele 'generaties' van de oorspronkelijke geschriften verwijderd zijn. Het hoeft ons daarom niet te verbazen dat er tussen de handschriften die we bezitten, op sommige plaatsen onderlinge verschillen zijn. Soms heeft een handschrift een bepaald vers wat een ander handschrift niet heeft. Deze verzen zijn in onze Bijbels soms tussen haakjes geplaatst.

Toch is de tekst die wij bezitten voldoende betrouwbaar. Dit is op verrassende wijze gebleken toen bij de Dode Zee een aantal boekrollen werd gevonden, die vele eeuwen ouder waren dan de oudste manuscripten die we tot dan toe kenden, maar die geen verschillen van betekenis bevatten.

In ongeveer de tweede eeuw na Christus ontstond een nieuwe boekvorm. Men nam een aantal papyrusbladen, legde die op elkaar en vouwde ze dan dubbel. Zo ontstond een boekje met pagina's. Wilde men een groter boek hebben, dan nam men een aantal van deze 'bundeltjes' en bevestigde die aan elkaar met behulp van draad, precies zoals bij onze moderne boeken. Deze boekvorm noemt men codex. De meeste oude handschriften van de Bijbel die wij nu nog bezitten hebben deze codexvorm. Het voordeel was dat men meerdere Bijbelboeken in één codex kon verzamelen, b.v. de vier Evangeliën en de Handelingen in één codex en alle brieven van Paulus in een andere. Er kon nu ook een duidelijker scheiding komen tussen die boeken die als Heilige Schrift golden en die welke, al waren ze nuttig, niet geïnspireerd waren (uit Lucas 1: 1 blijkt dat er vele evangeliën in omloop waren).

De grootste verandering volgde echter in het begin van de vierde eeuw: het gebruik van perkament. Perkament is gemaakt van schapenhuid. Deze wordt speciaal geprepareerd, ontdaan van haar en ingewreven met een soort kalk. Hierdoor ontstaat een materiaal dat goed te beschrijven is en bovendien bijzonder duurzaam. Vanaf die tijd bezitten we meer en meer manuscripten. Pas veel later, in de twaalfde eeuw na Christus, begint men papier te gebruiken zoals wij dat kennen. Dan volgt ook de uitvinding van de boekdrukkunst, zodat boeken ineens in veel grotere aantallen kunnen worden vervaardigd.

Het is verbazingwekkend om te zien hoe er van beroemde Griekse en Romeinse boeken nog slechts een of twee - soms nog verminkte - handschriften bestaan, terwijl wij er van de Bijbel nog altijd vele tientallen bezitten. Daarom is het voor deskundigen van tegenwoordig mogelijk om, ondanks de overschrijffouten van de vele schrijvers, te bepalen wat de oorspronkelijke tekst is geweest. Daarom kunnen wij de Bijbel met een gerust hart lezen en onderzoeken, wetende dat de tekst die voor ons ligt in hoge mate betrouwbaar is. "Houd de woorden verborgen, en verzegel het boek tot de eindtijd; velen zullen onderzoek doen, en de kennis zal vermeerderen" (Daniël 12:4). Is het niet wonderlijk dat er vijfentwintig eeuwen zijn verlopen tussen het opschrijven van deze woorden en hun vervulling? R.R.