Wednesday, 18 February 2009

De weg ten leven

De Weg

OORSPRONKELIJK noemde men het christelijke geloof dat in het Nieuwe Testament wordt beschreven, “de weg”. Zo wordt ons bijvoorbeeld verteld hoe Paulus, toen hij de christenen vervolgde, naar Damascus ging, “om, als hij mannen en vrouwen, die van die weg waren, zou vinden, hen gevankelijk naar Jeruzalem te brengen” (Handelingen der apostelen 9:2). Ongelovige joden te Efeze konden slechts “kwaad spreken van de weg” (Handelingen der apostelen 19:9). Bij zijn verdediging legde Paulus uit hoe hij vroeger “deze weg ten dode toe vervolgd had” (Handelingen der apostelen 22:4). Wat joden een “sekte” noemden was voor de apostel de weg des Heren.

Als beschrijving van wat die eerste volgelingen van de herrezen Christus bezielde, is deze naam bijzonder gelukkig gekozen. De weg betekende een geloof dat werkzaam was in het leven, een sterke overtuiging van de waarheid van het evangelie. die een drijfveer werd van een leven gewijd aan het dienen van God en mensen. Bovenal leidde dit levende geloof in de richting van een duidelijke en heerlijke bestemming: eeuwig leven in Gods Koninkrijk op aarde. Velen van die eerste gelovigen hebben uit persoonlijke ervaring de waarheid ondervonden van het aloude gezegde: “het pad der rechtvaardigen is als het glanzende morgenlicht, dat steeds helderder straalt tot de volle dag” (Spreuken 4: 18).

De weg des Heren

Dit beeld van een weg die God in zijn goedheid afgebakend heeft, komt heel vroeg in de Schrift voor. In de beschrijving in Genesis van de wereld vóór de zondvloed wordt gezegd: “al wat leeft had Gods weg op aarde verdorven” (Gen. 6: 12). Bijna alle mensen op aarde waren van de weg van geloof en ge­hoorzaamheid afgeweken, zodat zij de waarschuwingen van Henoch en Noach voor een naderende dag van oordeel in de wind sloegen. Christus en zijn apostelen hebben een dergelijke afwijking van Gods weg ook in de eindtijd voorzegd.

Jezus zei: “En gelijk het geschiedde in de dagen van Noach, zó zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen” (Lucas 17:26). Paulus waarschuwde voor een tijd wanneer mensen “hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren” (2 Timotheus 4:4). Telkens weer in de heilsgeschiedenis ziet men hoezeer de mens geneigd is Gods waarheid opzij te zetten, om een dwaalleer te volgen, en hierin vinden we de oorzaak van het bestaan van de vele verschillende kerken in de huidige wereld.

De twee wegen

In de bergrede belichtte de Here Jezus het radicale verschil in de toestand van twee soorten mensen aan de hand van een beeld van twee wegen. De ene weg, zei Hij, is breed en populair, doch hij voert degenen die daarlangs gaan tot het verderf. De andere weg die de mens kan gaan is smal, en weinigen zijn er die hem volgen. Maar dit is de weg die de reiziger naar onvergankelijk leven in Gods Koninkrijk leidt. Christus had niet duidelijker kunnen maken dat het ware geloof niet te vinden is in de grote menigte; het spreekt de meeste mensen niet aan. Gods gave van eeuwig leven is er niet zomaar voor iedereen maar voor diegenen die, zoals Paulus schreef, “in het goeddoen volhardende, heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken” (Romeinen 2: 7). Ze vormen slechts een kleine minderheid onder de bewoners van de aarde.

Een betrouwbare gids

In de Bijbel heeft God ons een betrouwbare gids gegeven, waarin wij de weg die naar zijn Koninkrijk leidt kunnen vinden. Er zijn vele diepgaande redenen om deze verzameling van Schriften te aanvaarden voor wat ze zeggen dat ze zijn: Gods eigen openbaring van zijn wil en heilsplan. Het in vervulling gaan van Bijbelse profetie, tot in de kleinste details, is een van de belangrijkste daarvan. Maar de sterkste overtuiging krijgt men als resultaat van persoonlijke kennis van de bijzonderheden van Gods Woord. Door de Bijbel zelf te lezen, het boek grondig te onderzoeken, weet men waarom zijn roep: “Dit is de weg, wandelt daarin”, inderdaad van God komt.

Een wereld in nood

De wereld waarin wij leven is te vergelijken met een lichaam, waarvan de leden uit tientallen naties, groot en klein, bestaan. Wat echter ontbreekt is één zetel van bestuur waardoor de nodige functies worden gecoördineerd tot het welzijn en de gezondheid van het hele lichaam. Men ziet wel in dat één wereldregering een dringende noodzaak is geworden, doch niemand is in staat een regering te vestigen, wijs en sterk genoeg om de wereld te besturen.

Duizenden jaren geleden heeft God zijn plan geopenbaard waarin wat wij zo hard nodig hebben, boven alle menselijke verwachtingen gegeven zal worden. Hij heeft een Man door lijden heen tot volmaaktheid geleid en op grond van zijn volkomen gehoorzaamheid, tot zijn rechterhand in de hemel verhoogd, wachtende op de tijd wanneer Hij naar de aarde terug zal komen om de wereld van haar dwaalweg af te brengen en te leiden op de weg des Heren. “God heeft een dag bepaald, waarop Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen door een man, die Hij aangewezen heeft, waarvan Hij voor allen het bewijs geleverd heeft, door Hem uit de doden op te wekken” (Handelingen der apostelen 17:31).

Uitziende naar deze voltooiing van Gods plan in Christus hebben de profeten van Israël de wereld van de toekomst, wanneer mensen in Gods wegen zullen wandelen, aldus beschreven: “en alle volkeren zullen derwaarts (het huis des Heren te Jeruzalem) heenstromen en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des’ Heren, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen” (Jesaja 2:2,3).

Wij zijn allen pelgrims, op reis door het huidige leven. Tot wat voor bestemming wordt bepaald door de weg waarlangs we gaan. -

 

Met de Bijbel in de hand