Thursday, 4 March 2010

Hedendaagse wonderen geen werk van Satan

Dat wonderen de wereld niet uit zijn, bewijzen de aardbevingen in Haïti en Chili. De natuur kan verwoestend zijn, maar toch nog mensen sparen. Op wonderbaarlijke wijze weten sommige mensen te overleven en kunnen zij terug onder de mensen komen. Langs de andere kant zijn er gebedsgenezers die in de wereld rond lopen en mensen die wonderbaarlijke krachten lijken te hebben, waarbij andere mensen deze toe schrijven aan Satan, voor hen de Duivel, een gevallen engel. Voor meerder mensen zijn de wonderen van vandaag ook het werk van die Satan.

Anderen zouden graag gezien hebben dat God Zijn almacht toonde door een genezing op gebed. Het zou dan zoveel makkelijker zijn om het Evangelie te brengen. Toch gaat het niet in de eerste plaats om spectaculaire tekenen en wonderen, maar om het grote wonder van het nieuwe leven door geloof in Jezus Christus.

De joden begeerden tekenen en de Grieken zochten wijsheid ten tijde van Jezus Christus. Jezus sprak de mensen aan in een taal die zij zouden kunnen begrijpen op zulk danige manier dat zij zich konden aangesproken voelen en het konden begrijpen, doordat zij hoorden spreken over dingen waarin zij in geloofden. Dat betekend niet dat Jezus daar in geloofde noch datwij in die dingen horen te geloven. Integendeel, Jezus heeft doorheen zijn prediking duidelijk willen maken waarin wij wel horen te geloven en welke geloofspunten wij van anderen niet horen aan te nemen. Zo moeten wij bepaalde Joodse tradities niet aanhouden en moeten wij bepaalde zaken die door de gemeenschap van Judea werden geloofd niet voor waar nemen.

Jezus verwijst ook naar de wonderen die de mensen die dagen kunnen waarnemen en ook naar de wonderen die de mensen in de toekomst zullen kunnen gaan waarnemen.

Sinds het begin van de Pinksterbeweging en de daaropvolgende charismatische vernieuwing, die veel kerkgenootschappen heeft doortrokken, is er in veel kerken meer aandacht gekomen voor wonderen en tekenen. Bij sommigen ging het uitsluitend om die wonderen draaien. In de media zien wij kerkdiensten en gebedsgenezingsdiensten waar de Naam van Jezus en de Titel (of Naam) van God misbruikt worden om een hele show op te zetten waarbij mensen na wat geklap of geschreeuw genezen zouden zijn.

In het boek Handelingen staat geschreven dat ‘vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen’ (2:43) en wij lezen bijvoorbeeld over wonderbaarlijke genezingen en dat doden worden opgewekt. n Mattheüs 10:1 wordt de discipelen macht gegeven wonderen te doen, maar erbij wordt gezegd, dat ze niet naar de heidenen moeten gaan. Als ze in Mattheüs 28 naar de heidenen gestuurd worden, luidt de opdracht: "Leert hen". Dat God vervolgens soms ook bij de verkondiging onder heidenen door wonderen en tekenen meewerkt, is iets anders dan dat wij daarnaar zoeken of het beschouwen als het (enige) bewijs dat God werkt. God kan op Zijn eigen initiatief in Zijn eigen tijd op het moment naar Zijn keuze wonderen verrichten.

De mensen gaan nu op zoek naar occulte genezers, strijkers, waarzeggers, horoscopen, etc. omdat de kerk niet meer gelooft in de bovennatuurlijke kracht van Gods Heilige Geest..... een gemiste kans of juist een kans die God ons geeft om hen te bereiken met de bovennatuurlijke kracht van de Geest?

Sommigen zijn van mening dat er helemaal geen wonderen plaatsvinden en dat ook de wonderen die in de Bijbel staan niet letterlijk moeten worden gelezen. Moderne theologen hebben, vanuit de filosofische vooronderstelling dat het bovennatuurlijke helemaal niet bestaat, alle wonderen als mythe bestempeld.

“Weer anderen geloven dat wonderen en tekenen de norm zijn voor elke gelovige en voor elke plaatselijke gemeente. In het kort komt deze leer hier op neer: Jezus heeft het Koninkrijk van God nabij gebracht en dit gedemonstreerd met wonderen en tekenen. Hij wil dat wij op gelijke wijze het Koninkrijk van God proclameren en demonstreren. Wonderen en tekenen waren alledaagse gebeurtenissen in de tijd van het Nieuwe Testament en behoren zo ook een onderdeel te zijn van ons dagelijkse leven, van het normale christelijke leven. De groei van de gemeente in het boek Handelingen is grotendeels te danken aan de wonderen die plaats vonden en ook in onze tijd behoren wij wonderen en tekenen te doen, opdat mensen tot geloof zullen komen. Soms wordt er ook geleerd dat wanneer er bijvoorbeeld geen genezingen plaatsvinden, dit te wijten is aan gebrek aan geloof bij de christenen. Aan God ligt het niet, want Hij wil wel hetzelfde doen als in het boek Handelingen.” Zegt Oscar Lohuis in het tijdschrift Zoeklicht.

“Wanneer wij de grote lijn van de Bijbelse geschiedenis proberen te overzien, dan zien wij dat wonderen vooral plaatsvinden in perioden van nieuwe openbaring. Niet in alle perioden van de Bijbelse tijden komen wonderen voor. Wel in de tijden van Mozes en Aäron, Elia en Elisa, Jezus en de apostelen (allemaal begin van nieuwe perioden), maar niet in de tijden van bijvoorbeeld David en Salomo, Jesaja en Jeremia, Ezra en Nehemia. Conclusie: Ook vandaag kan God wonderen doen. Op sommige momenten zal God beslissen dat deze gepast zijn en Zijn doel en Zijn verheerlijking zullen dienen.”

Door dat wij het einde der tijden naderen denken velen dat Satan als een brullende leeuw zal rondspringen en alles in het werk zal stellen om de mensen te misleiden. Daarom zou hij ook wonderen laten verrichten en valse profeten de wereld insturen.
Met de zogenaamde wonderen die wij op een platform of podium zien gebeuren moeten wij hard opletten, niet in dingen te gaan geloven die wij graag zouden zien. Wonderen zijn de wereld niet uit maar zij komen ook niet veel voor. En als zij voor komen moeten zij niet het werk van de duivel zijn zoals sommigen denken. Eerst en vooral bestaat er geen figuur die zo veel macht als God zou bezitten dat hij kan inspelen op gebeurtenissen in de natuur. Ook hierin zal de mens steeds moeten erkennen dat de natuur sterker zal zijn dan de mens. De mens denkt wel eens dat zij de natuur kunnen in toom houden, maar daar vergissen zij zich in.

Lohuis zegt terecht “Ook vandaag kan God wonderen doen. Op sommige momenten zal God beslissen dat deze gepast zijn en Zijn doel en Zijn verheerlijking zullen dienen. Wonderen zijn echter de uitzondering en niet de norm. Als er geen wonderen zoals in Handelingen gebeuren in ons leven of in onze gemeente, betekent dat niet per definitie dat er iets verkeerd is met ons geloof. We moeten niet krampachtig gaan streven naar wonderen. Ook moeten wij geen zaken die helemaal niet bovennatuurlijk zijn als wonderen gaan bestempelen, omdat er zo nodig wonderen moeten gebeuren. Als God een wonder wil doen, dan doet Hij dat gewoon. We laten het gerust aan Hem over.”