Sunday, 24 April 2011

Moreel relativisme

Paus Benedictus XVI gebruikte de term ‘dictatuur van het relativisme’ toen hij, Jozef Ratzinger, nog net geen paus was, maar deken van het kardinalencollege bij de opening van het conclaaf, net na de dood van Johannes Paulus II.

Vincent Kemme bespreekt dit als een bioloog die zich in de theologie en in de filosofie heeft laten bijscholen, onder meer door de Jezuïeten van St. Michel in Brussel en door bestudering van de grote teksten van de Kerk. Hij kijkt door een bril naar een door een goede God geschapen werkelijkheid van liefde en waarheid waarin wij kunnen leven, die ons zomaar geschonken wordt en die ons alle middelen aanreikt om een waarlijk goed en gelukkig leven te leiden.

Volgens Kemme is het bestaan zelf er nu eenmaal met niet bijzondere mensen die toch ervaringen in hun leven kunnen opdoen van het bestaan en de persoonlijke liefde van een levende God, een God die het niet te druk heeft in de hemel om zich op gepaste momenten aan ons te openbaren, ook al houdt hij zich tegelijk ook wat schuil voor ons.

Of het nu vanuit de wetenschappelijke benadering of vanuit de godsdienst is dat wij waarheid der dingen in redelijkheid kunnen of willen kennen of er toch maar van af dwalen. "De mens heeft het vermogen de waarheid te kennen, maar op de een of andere manier slaagt hij er steeds in om zich er van af te laten brengen, naar de verkeerde stemmen te luisteren, Eva naar de slang, wij naar het atheïsme en agnosticisme van onze tijd. We slaan andere wegen in slaan die ertoe leiden dat we zelfs het bestaan van de waarheid te ontkennen. Alles zou betrekkelijk zijn, alles is relatief. Einstein heeft inderdaad aangetoond dat alles relatief is – tijd, ruimte, materie en energie, daaruit onze kosmos is opgebouwd – maar dan had hij het wel over de binnenwereldlijke, geschapen, orde en niet over God." schrijft Kemme die ook verder in gaat op één van onze belangrijke hoofdgedachten, namelijk dat er zonder vrijheid  er geen ethiek is, zoals we bij de dieren kunnen vaststellen. "Ons verstand en de zintuigelijke waarneming, dat is waar we het mee moeten doen. "

Hij geeft een mooi beeld van wat wij zonde noemen, of het afwijken van het goede doen. De keuze die wij zelf moeten maken en de gevaren omtrent het democratisch willen maken en afschuiven op de anderen of de gemeenschap wordt naar voor gebracht.Of het nu het individu of de gemeenschap is die er zal over gaat beslissen zijn wij vandaag in een toestand gekomen waarbij alles omtrent God, de waarheid en het goede in twijfel wordt getrokken, irrelevant of onbestaand verklaard. We zijn terecht gekomen in een moreel relativisme.

De auteur laat zien dat ‘Deconnectie’ tussen God en de mens gepaard gaat met beschadiging van ons ‘beeld van God zijn’, ‘persoon‘ zijn waardoor wij vrijheid verliezen, persoonlijk en als mensheid. "Niet voor niets spreekt de Bijbel van de zonde (en de eerste zonde is afgekeerd te zijn van God) als een slavernij. De vrije wil stelt de mens niet alleen in staat te doen wat hij wil, zoals wij dat vaak iets te simpel verstaan, maar juist ook om het goede te doen. Het goede niet doen blijkt altijd een vorm van van verslaving met zich mee te brengen. Een van de eerste dingen die de boze ons lijkt af te willen pakken is onze vrije wil, omdat we daarmee op een verstandige manier het goede zouden kunnen doen."

De schrijver gaat verder in op
  1. de plaats van de mens in de schepping.
  2. het ‘gender-denken’,
  3. de menselijke seksualiteit
  4. en verlies aan objectieve waarheid in de wetenschap
  5. ons leven hier op aarde
  6. het belang van die levende natuur
  7. het Wereld-bevolkingsvraagst
  8. de morele relativiteit
alsook
  1. Relativisme in het geloof zelf.
  2. Relativisme in de filosofie
  3. Realivisme in de cultuur
  4. Realivisme in de wetenschap
  5. Realivisme in de moraal
Verder brengt hij concrete maatschappelijke tendensen die iets van die dictatuur van het relativisme laten zien naar voor.

Lees >

De Dictatuur van het Relativisme – deel 1


De Dictatuur van het Relativisme – deel 2


De Dictatuur van het Relativisme – deel 3